Sven Kramer in actie op de vijf kilometer in Thialf in Heerenveen. Op de achtergrond coach Gerard Kemkers. foto Vincent Jannink/ANP
HEERENVEEN - Dit is de kans voor de concurrentie, Havard Bøkko voorop. Dat was het eerste wat gisteravond door het hoofd van Sven Kramer schoot na zijn 36,45 op de 500 meter van het WK allround. "Dit is niet goed genoeg", dacht Kramer. De concurrentie weigerde echter te profiteren. Het door longproblemen verzwakte lichaam van Kramer overleefde de eerste dag zonder problemen. De 23-jarige Fries ligt op koers voor zijn vierde wereldtitel op rij, een record.
Toegegeven, het verschil tussen Kramer en de concurrentie was de laatste jaren
op grote allroundtoernooien na twee afstanden nog nooit zo klein. Driekwart
seconde is vandaag op de 1500 meter de voorsprong op de verrassende
Amerikaan Jonathan Kuck, bijna een hele tel op Bøkko. De rest is gezien voor
de titel. Ook Ivan Skobrev, van wie Kramer flink wat tegenstand verwachtte. "Ze
hebben moeite met winnen", zei Kramer over de concurrenten. "Een
grotere kans dan nu gaan ze niet meer krijgen." De lach die hij op zijn
gelaat toverde op de vraag of een zieke Sven Kramer ook de sterkste is, was
veelzeggend. Ja dus. "Voor iedereen was het een zwaar seizoen",
concludeerde de titelverdediger.
"Uiteindelijk blijven de sterksten over." Dat hij na de eerste dag
die sterkste zou zijn, daar was Kramer niet helemaal gerust op geweest.
Zijn voorbereiding was verre van ideaal. In Vancouver kreeg de titelverdediger
last van de luchtwegen. Een infectie eiste zijn tol. Kramer trainde weinig,
de intensieve training voor de vijf kilometer liet hij zelfs helemaal
schieten. Geen risico's, het kon niet anders. Pas halverwege de week besloot
Kramer deel te nemen aan het WK. Pas toen had hij zekerheid dat hij ook kon
winnen. Zonder die wetenschap was hij in Thialf niet eens gestart.
Op de vijf kilometer trok Kramer "de kraan niet helemaal leeg." Het
hoefde niet en het kon ook niet.
Na acht gemakkelijke rondjes werd het hard werken voor Kramer. Niet zozeer
door zijn ziekte, maar meer door de ijskwaliteit. IJsmeester Beert Boomsma
is al twee maanden uit de roulatie. Misschien dat het door zijn afwezigheid
kwam. "Maar er zijn vier andere kundige ijsmeesters. Die moeten ook
voor goed ijs kunnen zorgen", vond bondscoach Wopke de Vegt. Voor
bijvoorbeeld Jan Blokhuijsen pakte dat nadelig uit.
Hij startte in de allerlaatste rit op een bijna witte baan. "Van de week
was het goed", zei De Vegt, "maar de invloed van tienduizend
mensen in de hal is groot. Dit had ik echter niet verwacht." De Vegt
maakt zich zorgen voor de rest van het toernooi. Kramer niet. Tenminste als
het om zijn vierde achtereenvolgende wereldtitel gaat. "Ik had niet
verwacht dat ik er na twee afstanden zo voor zou staan." Hij had er
rekening mee gehouden vandaag in de achtervolging te moeten. "Maar dit
is veel beter natuurlijk. Al heb ik niet heel veel voorsprong. Ik zal aan de
bak moeten op de 1500 meter", zei hij. "Maar daarna heb ik nog
altijd 25 rondjes." De tien kilometer is zijn grote kracht.
Niets wijst er op dat Kramer morgen geen nieuw hoofdstuk in de
schaatsgeschiedenis bijschrijft.
Nog nooit slaagde een schaatser er in vier keer op rij wereldkampioen te
worden. Kramer ligt op koers.

















