De Schicht van IJzendijke, zoals zijn bijnaam was, sloot op zijn 26e jaar een carrière af waarin hij 198 koersen won en met zijn solo's hele pelotons aan flarden kon rijden. De Belgische klassieker Gent-Staden won hij vijf keer, drie keer schreef hij de Limburgse Hel van het Mergelland op zijn naam, hij won etappes en was leider in Olympia's Tour, zat in de selectie van de Olympische Spelen in Montreal, maar stapte in de bloei van zijn leven zo maar ineens uit het wielerwereldje. "Ik had nog even met de profs meegereden, om het eens mee te maken, maar toen had ik al geen ambitie meer."
De Schicht is daarna niet meer gesignaleerd bij wielerkoersen. Hij heeft zich, nadat zijn bouwbedrijf over de kop was gegaan, veertien jaar geleden eerst teruggetrokken in het Limburgse Elsloo, woont nu ruim twee jaar in het hartje van Valkenburg, heeft samen met zijn jongste zoon weer een bouwbedrijf en verzamelt snelle en dure automobielen als hobby. Ferrari's, Rolls Royces, Mercedessen en wat er nog meer aan kapitale auto's is.
"Ik heb vlakbij mijn huis in Valkenburg een loods, onder de grond. Daar staan op dit moment zeven auto's, maar dat verandert snel. Ik koop er soms weer wat bij, of ik ruil twee auto's voor één. Het is altijd mijn hobby geweest, van in mijn jonge jaren. En ik geniet er van. Ik heb in een hoekje van de loods een soort verkeerstoren van glas gebouwd. Daar ga ik, als ik klaar ben met poetsen, vaak even in zitten om te relaxen en naar mijn auto's te kijken."
Toine van den Bunder was een uitzonderlijk talent als renner. Hij kon niet goed van huis, zeiden ze in die tijd, daarom heeft hij het nooit gered in het harde wielermilieu. "Het was geen heimwee, maar ik vond het niks om wekenlang weg te zijn. Zoals naar de Olympische Spelen in Montreal. Daar voelde ik me niet thuis. Ik was blij dat het voorbij was. En met zo'n instelling kon je ook niet goed rijden."
Hij maakte furore in de criteriums, die hij meestal met een vast verzet (53x15) reed. En vaak demarreerde hij vanuit de start om daarna het hele peloton te dubbelen. Op het eind van zijn amateurtijd reed hij nog vier maanden met een Gazelleshirt bij de profs mee. Twee keer won hij een koers, in Eeklo en Sint Niklaas. "Jan Raas reed in dat jaar voor Raleigh en hij moest mij niet zo. Dat kwam, denk ik, omdat ik meer koersen had gewonnen dan hij en meer publiciteit kreeg. Toen ik prof werd, zorgde hij ervoor dat de Raleighs mij geen meter ruimte gaven. Ik reed eens een koers met Joop Zoetemelk heel de wedstrijd in mijn wiel. Toen er een kopgroep wegreed, riep hij achter me: hé Schicht, rij jij dat gat eens dicht... Ik vond dat achteraf wel mooi, dat zelfs Joop Zoetemelk mijn bijnaam kende."


Sorteer reacties














