Andrzej Dolata (links), René Olthof en Bill Roovers zijn steevast present als er dinsdagavond wordt gesnookerd in Renesse. foto Dirk-Jan Gjeltema
Het is niet exact bekend bij de huidige snookerspelers, maar het moet zo'n 25 jaar geleden zijn dat in bowling- en snookercentrum Renesse de Snookerclub is ontstaan. In de beginjaren was het nog een officiële vereniging met alles erop en eraan. "Maar naarmate de jaren verstreken werd het allemaal steeds vrijblijvender. Er waren jongens bij die wel contributie betaalden, maar soms door drukke werkzaamheden een hele winter niet konden komen spelen. Dus nu betalen we alleen nog gezamenlijk de kosten elke week van de huur van de twee tafels", legt Haamstedenaar Olthof uit.
Wat overbleef was een vriendenclubje van zo'n acht vaste spelers, die in de wintermaanden elke dinsdagavond in het centrum van Renesse de keu ter hand nemen. En met veel plezier. ,,Snookeren is gewoon heel erg leuk. Gezellig ook. Je wisselt onderling de nieuwtjes uit en zo. Soms is het zo gezellig dat het ook wel eens nachtwerk wordt,'' weet Lütgenau. Nee, aan zijn vaste winterdinsdagsnookeravond moet je niet komen. En dat geldt in principe voor alle leden. Waardoor Snookerclub Renesse een hecht gezelschap is geworden.
De druk bezette René Olthof, werkzaam als kok in de evenementencatering, probeert er dan ook altijd te zijn. ,,Sinds 1 december ben ik eigen baas en ben ik door het hele land aan het werk. Vorige week nog was ik in Groningen en moest ik drieënhalf uur reizen om thuis te komen. En dan nog probeer ik er te zijn."
Olthof kwam vijftien jaar geleden in aanraking met het snookeren via een vriend. "Ik had meteen contact met het spelletje. De uitdaging is om zoveel mogelijk punten achter elkaar te scoren. Dat is het mooiste. Drie weken geleden had ik nog een extreem hoge serie van een kleine 30 stoten. Maar dat is wel uniek hoor." Ook voor Frits Lütgenau is het de ultieme kick om zoveel mogelijk gekleurde ballen in de pockets te krijgen. ,,Het moeilijkste is om de stootbal na elke stoot weer zo neer te leggen, dat je weer een volgende bal kan potten. Je moet dus telkens vooruit kunnen kijken. En dat vergt wel enig inzicht in het spel.''
Medespeler Olthof legt enkele ballen op het groene laken om de uitleg aanschouwelijk te maken. Zijn snookervriend vervolgt: ,,Hoewel ik allang speel, is het toch erg afwisselend. De ballen liggen namelijk altijd weer anders. En het is erg belangrijk om je goed te concentreren. Wanneer er teveel geouwehoerd wordt, ben je snel afgeleid en kun je het wel vergeten.'' De twee originele snookertafels waarop de Snookerclub Renesse speelt kosten maar liefst 45.000 euro per stuk en meten 3,50 bij 1,77 meter. Olthof lachend: ,,Ik zeg daarom altijd dat snookeren een échte sport is. Hoeveel rondjes om deze enorme tafel loop je wel niet tijdens een potje dat gemiddeld drie kwartier duurt?''
Naast de tafelhuur is snookeren verder relatief goedkoop. ,,Natuurlijk heeft een beetje snookeraar zijn eigen keu. Die koop je al voor zo'n tweehonder euro. Zelf heb ik hem al twintig jaar en hij kan nog wel zo'n tijd mee. Het enige dat je zo nu en dan moet vervangen is de pomerans. Dat is dit stootkussentje op het einde van de keu,'' toont Frits Lütgenau.
De BBC is voor beide snookerspelers bijna verplichte kost. ,,Ik kijk best veel naar snooker op televisie. Je leert er ook heel veel van. Sommige dingen die ik gezien hebt probeer ik vaak een volgende keer hier op de club uit,'' vertelt René Olthof. ,,Inderdaad,'' vult Frits Lütgenau aan. ,,Ik zit ook altijd mee te spelen op tv. Dan ben ik steeds bezig te verzinnen hoe ík een bepaalde stoot zou nemen. En als die prof hem dan ook zo uitvoert, is dat gewoon leuk.''

















