Brandweer zoekt vrijwilligers, stond er recent in de krant. Deze keer was de oproep afkomstig van de Thoolse brandweer. De korpsen in Sint-Maartensdijk, Sint-Annaland en Stavenisse hebben versterking nodig. Het is geen unicum, veel korpsen willen ruimer in hun jasje zitten.
De beste wervingscampagne komt 'van binnenuit', vanuit het korps zelf. Een
vrijwilliger vertelt hoe veel voldoening hij haalt uit zijn taak.
Deze week hoorde ik geen opgewekt verhaal over het werk van de vrijwillige
brandweer. Brandweerkorpsen moeten met uitrukken wachten totdat de
bevelvoerder in de auto zit. Bij overtreding van deze regel volgt een straf
voor het korps. De korpsen laten het uit hun hoofd om tegen deze regel te
zondigen. Maar dat levert voor met name de kleinere korpsen problemen op.
Die hebben onvoldoende bevelvoerders.
Deze week ging de pieper af bij de brandweer in een kleine plaats in Zeeland.
Er was brand en de vrijwilligers snelden voorbij de 'brandhaard, op weg naar
de kazerne en riepen: ik kom er zo aan'. Het eigen korps was incompleet,
want beide bevelvoerders van het korps waren afwezig. Saillant detail, ze
waren naar een cursus voor bevelvoerders.
De vrijwilligers moesten wachten op steun van een nabijgelegen dorp. Ze konden
bij wijze van spreken op hun gemak de laatste nieuwtjes met elkaar
uitwisselen en een kopje koffie drinken. Veel minuten later dan gedacht
kwamen ze bij de brand aan, die gelukkig snel meester was.
Maar het korps was danig gedemotiveerd. Ze wilden hun pieper aan de wilgen
hangen, omdat het is alsof ze hun dorpsgenoten in de steek lieten. Maar ja,
met een gemeenschappelijk vertrek van de vrijwilligers is het dorp niet
gediend. Daarom blijven ze paraat, maar ze vertellen even niet hoe 'leuk het
is bij de brandweer'.

















