Ik zei: ,,Zoiets kenden we niet, vroeger. Toen moest je een koffer dragen." ,,Ja," antwoordde hij, ,,dat weet ik maar al te goed. Je droeg hem een tijdje, zette hem dan neer omdat hij loodzwaar leek te worden, om hem dan even later met je andere hand op te pakken".
Hij vertelde dat hij, toen hij twaalf jaar was, aan het eind van de oorlog met zo'n handkoffer westwaarts gevlucht was voor de Russen. Behalve de koffer droeg hij ook nog een rugzak. Daarin zat een zware last: zijn schoolboeken. Men had gezegd dat hij die mee moest nemen. Ik zei dat hij daaraan misschien wel uiteindelijk die pijnlijke knie te danken had.
Hij glimlachte, maar hij vertelde over de oorlog, hoe ze als vluchtelingen in de buurt van Berlijn kwamen en daar toen maar bleven, al waren ze erg bang voor de Russische soldaten. Alles in en om Berlijn werd kapot gebombardeerd en geschoten en hij zag tanks uitbranden en huizen instorten. In de straten lagen dode paarden en mensen. Hij noemde de oorlog een complete waanzin. En die schoolboeken had hij helemaal niet meer nodig gehad. Maar ja, er zijn wel zwaardere dingen die je mee moet dragen.
We keken naar de mensen die rustig pratend over de promenade wandelden. En naar de nieuwe Oberkasseler Brug en naar de rivier.
Het water stond laag. Een aak met kleurige containers kwam voorbij. De warme herfstzon schitterde op het langzaam stromende water en het zag er allemaal zeer vreedzaam uit.














