Ik kwam daar wel eens op verzoek van een ambtenaar van de reclassering die onvoldoende Frans sprak. Hij vroeg mij dan om hem te vergezellen, zodat hij enigszins met de Franstalige gedetineerden spreken kon en hen kon vragen hoe het met hen ging. 'Redelijk', antwoordden ze meestal. Ze wilden de ambtenaar niet ongerust maken. Op een keer zeiden ze dat ze wel een wens hadden. Ze mochten daar wel roken, maar er waren enkel maar sigaretten van het toen populaire Nederlandse merk Caballero verkrijgbaar. Hun voorkeur ging uiteraard uit naar Franse merken als Gitanes en Gauloises, die gemaakt waren van pittiger Franse tabak.
Toen we de wens voorlegden aan de toenmalige directeur, zei deze vanachter zijn krant ( ik neem aan dat het de PZC was, ik herinner het me niet precies meer): 'Zijn ze nu helemaal? Dit is een Huis van Bewaring. Verschillende merken? Daar kan ik niet aan beginnen. Het zou een precedent zijn. Voor Britten zou ik dan Players moeten aanschaffen, voor Belgen Bastos of Saint Michel. En ga zo maar door. Ze mochten al blij zijn dat ze Caballero mochten roken. Ze zitten hier voor hun noch voor mijn plezier.' Zoiets zei hij.
Wij gingen de boodschap aan de gedetineerden overbrengen en we legden hen zo goed mogelijk uit dat het een precedent zou betekenen. Dat men dan voor Engelsen Players zou moeten inslaan en voor Belgen weer andere merken en dat men daar uit praktische overwegingen niet aan kon beginnen.
'Hier zitten geen Engelsen of Belgen ', antwoordden ze ons, en: 'enkel maar, Caballero, hè? Merde…' Nee, ze zaten daar niet voor hun plezier.


Sorteer reacties











