Ergens vertelt Keats dat hij een cricketballetje op zijn oog heeft gekregen en dat een dokter een bloedzuiger op het gezwel zet. Keats zegt zelf dat hij geen goed cricketspeler is.
In zijn brieven probeert hij dikwijls monter en amusant te zijn, want hij krijgt ook graag post terug. Hij is nogal eens alleen en hij schrijft ook een paar maal dat hij erg neerslachtig kan zijn. Maar ook dat hij een remedie kent. Geen bloedzuigers of aderlatingen.
Wanneer hij depressief begint te raken, dan port hij zichzelf op, zo schrijft hij. Hij trekt een schoon hemd aan, borstelt zijn haar en zijn kleren , knoopt zijn schoenen netjes dicht en doft zich op alsof hij uit gaat. En als hij dan helemaal schoon en op zijn gemak is, gaat hij zitten schrijven. 'Dan vind ik de grootste vertroosting.' En even verder schrijft hij: 'Ik voel dat ik alles verdragen kan, iedere ellende, zelfs gevangenschap, zolang ik maar geen vrouw of kind heb.'
Intussen schrijft hij wel veel liefdesbrieven naar zijn Fanny Brawne, met wie hij verloofd is. Hij krijgt ook graag brieven, zeker van haar. Even later schrijft hij: 'Ik kan niet bestaan zonder jou. Ik veronachtzaam alles, behalve jou weer te zien.'
Zij verloofden zich, tegen haar moeders wil. Zij zijn echter nooit getrouwd. Keats werd ziek, begon bloed te spuwen en zijn arts ried hem aan naar Italië te gaan. Hij vertrok, met onder meer een haarlok van zijn Fanny bij zich. Hij stierf in Rome op 25-jarige leeftijd (1821).
Hij liet nogal wat gedichten achter, waarvan er veel niet gepubliceerd waren. En brieven, zo'n tweehonderdenvijftig. Zijn graf is te vinden op het mooie Cimeterio Acatolico in Rome.














