We zagen ook een paar bloedzuigers. Hoe die in de vijver gekomen zijn, weten we niet. Vroeger werden ze wel in veel vijvers gekweekt, maar dat was de medicinale bloedzuiger, die door artsen werd gebruikt. Men zette een stuk of wat bloedzuigers op de huid van een zieke, de diertjes raakten vol en dan drukte men het bloed eruit. Met dat bloed kon men dan bijvoorbeeld de aard van de ziekte vaststellen, maar meestal was het gebruik van bloedzuigers op zieken een soort aderlating.
Het zijn onooglijke dieren, donker, de buikzijde wat plat, de rugkant meer bol. Ze hebben twee zuignappen, één aan het vooreind en één aan het achtereind. In de holte van de eerste zuignap ligt de driestralige mondopening. Met behulp van die zuignappen komen ze vooruit. Ze plaatsen eerst de voorste zuignap ergens en dan trekken ze de tweede zuignap naar voren en zetten die dan neer en zo verplaatsen ze zich. Ritmisch, niet blindelings, want ze hebben wel ergens een aantal ogen.
Van ons hoeven ze niet per se terug de vijver in. Misschien hebben ze het wel gemunt op de vissen, al bestaan er speciale visbloedzuigers. We hebben ergens gelezen dat bloedzuigers lang zonder voedsel kunnen en dat ze tweeslachtig zijn en dat ze erg veel eitjes leggen, die ze een tijd lang in een soort broedzakje met zich meedragen.
Of de vissen in onze vijver die eitjes eten, weten we niet en we weten ook niet of de bloedzuigers erop uit zijn om elkaars bloed te drinken. Dat is wel een bizar idee, want dan zouden ze daar in theorie eindeloos mee door kunnen gaan. De ene bloedzuiger leeft dan op de andere en ze verschaffen dan elkaar bloed. Maar we weten niet of dat wel kan! Er blijven steeds weer nieuwe raadsels.














