Het is altijd weer een geluksmoment als de trein op tijd binnenrijdt en zo'n beetje stopt op de plaats waar je staat. De deuren van de trein gingen met een knalletje open en jongelui sprongen naar buiten. Ik had het kunnen weten. Het was een doordeweekse middag en dan zijn allerlei scholieren onderweg. Ook in de trein zaten veel scholieren en omdat er niet veel zitplaatsen waren, moest ik wel tussen hen in gaan zitten. Ze hadden gezellig over hun eigenaardige en soms ronduit belachelijke medeleerlingen en geliefde leraren zitten kletsen, totdat ik erbij kwam. Toen vielen ze meteen stil. De jongen naast mij haalde een werkschrift en een groene viltstift uit de rugzak die tussen zijn voeten stond en begon te lezen over het Continentaal Stelsel en de houding van Groot- Brittannië en Rusland en onderstreepte langzaam de term Continentaal Stelsel; een meisje ging haar fuchsiakleurige nagels vijlen en een andere scholier keek in gedachten naar buiten waar een bedrijventerrein aan hem voorbij schoof.
Waarom had het lot zo wreed toegeslagen en ervoor gezorgd dat een grijsaard in hun midden was terecht gekomen? Hoe had dit kunnen gebeuren? Aan zijn gezicht te zien dacht hij met afgrijzen aan de steeds verder oprukkende vergrijzing die uiteindelijk ook vroeg of laat hem te wachten stond.
Gelukkig voor iedereen was ik zo in G. Toen de trein wegreed en ik door het raam naar hen keek, zag ik tot mijn opluchting dat ze weer volop in een geanimeerd gesprek waren geraakt.














