Mijn kameraad van de middelbare school, Peer, is dood. Ik heb goede herinneringen aan hem.
Zo zaten we samen een tijdlang in de redactie van het schoolblad. Het was een
gestencild tijdschrift dat steeds dikker werd. Toen we er een beter kaftje
om wilden hebben van wat dikker en steviger en gekleurd papier, hadden we
geld nodig en Peer stelde voor om naar de Willem II sigarenfabriek te gaan
om hun ons probleem voor te leggen. Wie weet, zei Peer, krijgen we ook wel
sigaren. Wij dus naar Valkenswaard, want daar stond die fabriek.
We werden ontvangen in de directeurskamer en we kregen daar een kopje thee.
Daarna volgde een rondleiding en sindsdien weet ik een en ander van dekblad
en omblad en ken ik het verschil tussen een super bolknak en een tuitknak.
We zagen mannen vliegensvlug sigaren rollen en de uitsteekseltjes van de
tabaksbladeren plakten ze soms met wat spuug vast. We zagen een meisje dat
met een stok in een kist zat te roeren. De kist was gevuld met
sigarenbandjes, op die dag allemaal vlindertjes, en die verschillende
vlindertjes moesten flink door elkaar gehutseld worden.
Een ander meisje legde steeds een sigarenbandje onder in een sigarendoos die
op een lopende band langskwam.
In een zending dozen met sigaren mochten niet steeds dezelfde bandjes zitten,
dat vonden verzamelaars niet prettig. Na afloop kregen we niet alleen een
doos sigaren mee, maar ook tweehonderd gulden voor het blad. We moesten wel
beloven steeds achterop het blad een advertentie voor Willem II sigaren te
tekenen en dat deden we steeds en als we het blad afhadden, getypt,
gestencild, gevouwen, voorzien van nietjes en een gekleurd kaftje, staken
Peer en ik een van onze super bolknaks op en keken we elkaar tevreden aan.
Ik moet er wel bij vertellen dat Peer stierf aan longkanker en dat is
natuurlijk heel erg treurig.














