En weer is een BN'er in opspraak geraakt: Joris Driepinter, dat blozende ventje dat vanonder zijn petje olijk de wereld inkijkt.
Minstens drie glazen melk per dag dronk Joris. Daar werd hij groot en sterk van. Zó sterk, dat hij een olifant kon optillen. Zei Joris. Of nee, dat móest Joris zeggen. Van de zuivelindustrie. De melkboeren hadden Joris in de jaren zestig bedacht, omdat ze een vrolijk kereltje nodig hadden dat onze ouders vanaf de advertentiepagina's aanspoorde hun kinderen veel melk te laten drinken; dat was gezond. Mijn ouders wisten dat natuurlijk allang. ,,Melk is goed voor elk''; en hup, daar goten ze weer een glas door mijn keelgat. Zó werd ik lid van de Melkbrigade - ook zo'n geniale vondst van de zuivelboeren. Een Melkbrigadier hield nauwgezet in een schriftje bij hoeveel glazen melk hij nuttigde en ontving als beloning een embleem dat op de mouw van zijn houtje-touwtje-jas werd genaaid, opdat iedereen kon zien: hier gaat een flinke jongen. Vele honderden liters melk heb ik gedronken. Dat begon al op de lagere school, waar schoolmelk werd geserveerd, in kwartliterflesjes, met doppen van zilverpapier. Die doppen gooiden wij niet weg, maar spaarden wij op, voor de blinden. Wat de blinden daarmee aan moesten, is mij nog steeds een raadsel; ik heb nimmer vernomen van een blinde die plots het licht zag dankzij een dop van zilverpapier.
Maar goed, Joris Driepinter. Hij bleef jaren buiten beeld, maar dook onlangs weer op in een publicatie van de Wageningen Universiteit over de gezondheidseffecten van melk. 'Joris Driepinter had toch gelijk', schreven de onderzoekers. Tot ongenoegen van de stichting Wakker Dier. Joris moet zijn kop houden, foetert Wakker Dier, Joris verkondigt leugens; melk is helemaal niet zo gezond.
Hup Joris, stroop je mouwen op en laat zien dat je écht een olifant kan optillen. Dan hebben ze in de dierentuin van Emmen misschien ook nog wel een baantje voor je.