Ik beken: mevrouw Van Dam en ik zijn medeschuldig. Wij hebben aanzienlijk bijgedragen aan de bevolkingsgroei. Vier kinderen hebben wij op de wereld gezet, en die hadden ons tot gisterochtend vijftien minuten voor twaalf zes kleinkinderen geschonken. Tot gisterochtend vijftien minuten voor twaalf, ja. Want op dat tijdstip werden nummer zeven en nummer acht geboren. Een tweeling is het; twee machtigmooie meisjes, die als twee druppels water op elkaar lijken: mopsneusje, blauwe ogen, de zwarte haren verstopt onder een schattig roze mutsje. Lieve en Mirthe heten ze.
Hun ouders (zoon J. en schoondochter M.) waren er helemaal klaar voor. In de versgeverfde babykamer staan al maanden twee wiegjes gereed, de kasten puilen uit van de babykleertjes en de enveloppen waarin de geboortekaartjes moeten worden gestoken werden reeds weken geleden beschreven.
Gisteren rond de klok van twaalven maakten mevrouw Van Dam en ik een vreugdedansje, trokken een fraaie fles open en hieven het glas: welkom, Lieve en Mirthe! En die krant waarin de zwartkijkers het mensdom als gevolg van de ongebreidelde bevolkingsgroei veel kommer en kwel voorspellen? Ach, u weet wat ze zeggen: 'ouwe kranten zijn er om vis in te verpakken'. Maar je kunt er ook een volle poepluier in doen.


Sorteer reacties











