Een chihuahua behoort tot het type hondjes, dat door sommigen wel eens als kuttenlikkertje wordt aangeduid. Dat zult u míj niet horen zeggen; onwelvoeglijk taalgebruik laat ik liever over aan onze parlementariërs.
De chihuahua lijkt in het geheel niet op een hond. Hij heeft weliswaar vier pootjes en een staart, maar hij doet vooral denken aan een uit de kluiten gewassen rat. Dat deert de chihuahua zelf geenszins. Hij meent dat hij een heuse hond is en lijdt zelfs aan grootheidswaan. Ondanks zijn minuscule afmetingen staat hij te boek als een prima waakhond, die het niet ontziet om luid keffend zwaargewichten als herders en andere vechtjassen te lijf te gaan.
Maar ach gut, de chihuahua is ook een hondje dat zodra het gaat regen of vriezen een jasje behoeft, omdat hij anders wel eens een koutje zou kunnen opdoen. Sla er 'Het complete anti-hondenboek' van Hans Dorrestijn nog maar eens op na. Daarin wordt de chihuahua als volgt beschreven: "Rilt altijd van de kou. Krijgt het alleen warm in de open haard."
Al onze scepsis ('Als je dan toch een hond neemt, zou je dan niet een échte hond nemen?') ten spijt besloot de moeder van onze kleindochter Fay een chihuahua in huis te halen. Diesel (!) heet hij. Ze hebben ook al een tuigje (met ruitjesmotief - ook dát nog) voor hem gekocht.
"Is het geen schatje?", riep kleindochter Fay blij toen Diesel het voorbije weekeinde voor de eerste keer opgewekt kwispelend onze huiskamer binnendribbelde. Hij snuffelde hier, snuffelde daar, sprong bij me op schoot en gaf me een speels likje op mijn brillenglazen.
Ik ben bang dat ik Diesel heel leuk ga vinden.














