"Niet meer dan 298 kilometers?", zie ik u smalend fronsen, "dat doen die hardfietsers van de Tour de France op één dag."
Dat klopt. Maar wij zíjn geen hardfietsers, wij zijn bejaarde en bedaarde bromscooteraars, die er genoegen in scheppen om met een kalm gangetje over 's lands dreven te tuffen.
Begin deze week vertrokken we, uitgezwaaid door vrouwen en kinderen. Ze hielden hun hart vast. Wij ook - de buienradar voorspelde onheil: donder en bliksem, regen en wind. De buienradar had zoals altijd gelijk. Hozen dat het deed. Hozen! En stormen! Da's niet fijn bromscooteren. We stuiterden over afgewaaide boomtakken, trotseerden plensbuien. Waarom zitten er op het vizier van die brommerhelmpjes geen ruitenwissers? Dat zou het leven van de bromscooteraar die tijdens noodweder op pad gaat, aanmerkelijk veraangenamen. Ik denk dat ik het idee maar eens nader uitwerk en er patent op aanvraag.
Nog meer malheur? Jazeker.
Reeds te Rotterdam begon het scootertje van bedenkelijke Chinese makelij dat vriend S. te K. berijdt, ernstig te hikken. Pruttel, pruttel, deed het ding. Steeds maar weer. "Een oververhitte motor", diagnosticeerde vriend S. En hij keek daarbij alsof hij er veel verstand van heeft. Pas ter hoogte van Wassenaar bleek de werkelijke reden van het euvel: ook Chinese scooters lusten wel eens een slokje benzine.
Straks beginnen we aan de terugtocht. En mochten we stranden doordat dat wankele scootertje van vriend S. alsnog de geest geeft, dan laat ik u dat weten.
Desnoods via flessenpost op zee.














