Zie ook:
Het zit zo. Een jaar of wat geleden kocht ik van de aardige buurman een mooie, bordeauxrode bromscooter, model retro - zo'n ding met een breed stuur, comfortabel zadel en veel glimmend chroom dat intensief poetswerk vereist. Een beetje nep-Harley dus, veelal bereden door meneren op leeftijd die geen definitief afscheid hebben kunnen nemen van hun jeugdjaren. Je ploft in bedaard tempo door de polders, kachelt kalm langs fraaie akkerranden en ziet daar groeisels staan waarvan je het bestaan niet eens vermoedde. Mokkokèh, zei vriend S. te K. in een onbezonnen bui. Vriend S. te K. is zo'n type dat in zijn vette Volvo het liefst zo snel mogelijk van A naar Z scheurt, maar zo'n sukkelscootertje, dat leek hem ook wel wat. En verdomd, na intensief speurwerk op internet heeft hij eindelijk voor een prettige prijs een leuk tweedehandsje gekocht.
- Zullen we dan maar?, keken we mekaar vragend aan.
- We doen het!, besloten we na het zoveelste glas wijn. Over een weekje of zo hopen we te vertrekken. Naar Texel. Ruim 250 kilometer heen, ruim 250 kilometer terug. Een wéreldreis, op zo'n scootertje. Met niet veel meer dan een verschoning, een tandenborstel en een bougiesleutel in de rugzak; twee ouwe lullen, die zich een weekje lang Peter Fonda en Dennis Hopper willen wanen. U hoort van ons. Mits we straks niet reeds bij de Hondsbossche Zeewering stranden. En zelfs dan.














