"Het rechter bekkengewricht zit vast", diagnosticeert de fysiotherapeut. "Iets bijzonders gedaan?" "Neuh", zeg ik. "Ik zou niet weten wat."
Zover is het al met mij gekomen; ik doe zelden nog iets bijzonders. Ik lees een boekje, draai 's een plaatje, maak - uitsluitend bij mooi weer - soms een rondje op de scooter, ik ruim de vaatwasser in en leg af en toe een kaartje en een biljartje. Dat is het wel zo'n beetje, qua lichaamsbeweging.
"Sja", zegt de fysiotherapeut. Hij wrijft bedachtzaam over zijn kin, mompelt iets over een complex van factoren en begint te sjorren en te kneden. "Zo, over een dag of drie moet het wel over zijn."
Over drie dagen al? Da's me veel te snel, want zo'n licht lichamelijk ongemak biedt ook vele voordelen. Zie me zitten in mijn comfortabele fauteuil;
- "Zeg schat, zou je me een kopje koffie kunnen brengen, want ja, je begrijpt het hè, mijn rug."
- "Wíe wil straks de afwas doen, want tja...."
- "Is er iemand die de kliko's even buiten wil zetten, want oei, mijn rug."
Fantastische tijd. Tot ik mevrouw Van Dam vanuit mijn gerieflijke zetel op iets te dwingende toon verzoek om mij een biertje te serveren. "Je kan zo langzamerhand m'n rug op", bitst ze.
Ik vrees dat ik vanavond zelf de vaatwasser weer zal moeten inruimen.














