Ik denk dat ik me daarom maar eens aanmeld bij een lachclub. Jazeker, die bestaan, lachclubs. Dat zijn geen clubjes waar men elkaar in verenigingsverband moppen vertelt, neen, het zijn gezelschapjes waar het lachen als serieuze bezigheid wordt beoefend; men doet er aan lachtherapie. Hoe dat werkt, zo'n lachtherapie? Op internet vond ik het antwoord. Alvorens te beginnen, dient men enige gekke bekken te trekken om de gelaatsspieren los te maken. Vervolgens krult men de mondhoeken op en dient men héél voorzichtig te beginnen met lachen, net zolang tot er een gulle bulderlach vanuit de buik opborrelt. Daarna: oogjes toe en vooral door blijven lachen. Gisteren heb ik alvast geoefend. In de badkamer, voor de spiegel. Daar stond ik in mijn Jansen & Tilanus gekke bekken te trekken. En net op het moment dat de eerste bulderlach dreigde door te breken, trok mevrouw Van Dam de badkamerdeur open. "Wat sta jíj daar te doen?", vroeg zij met een gezicht waarvan de verbazing aftuimelde. "Nou", mompelde ik betrapt, "ik ben in lachtherapie." Schaterend sloeg ze de deur dicht en verdween hikkend naar de huiskamer. Ik wist het wel: die therapie helpt echt.














