- "Wat doe jíj nou?", herhaalde ze.
- "Ik zoek een geruite pet en een knickerbocker, die hebben we hier vast nog wel ergens slingeren", riep ik, terwijl ik een berg versleten spijkerbroeken doorploegde.
- "Een pet en knickerbocker, wat moet je dáár mee?"
-"Ik ga tuinvogels tellen. Dat moet van de Vogelbescherming. Het is vandaag tuinvogelteldag."
-"Jíj, vogels tellen? Je kan nog geen mus van een merel onderscheiden", schamperde ze.
Desondanks nam ik - verrekijker om de nek, vogelgidsje op schoot, pen & papier paraat, glaasje prik binnen handbereik - goedgemutst plaats in een comfortabele leunstoel bij het raam om mij aan mijn gewichtige arbeid te zetten.
"En", informeerde mevrouw Van Dam na een uurtje, "hoeveel heb je er al?" "Nog maar twee", sipte ik, "nog maar twee mussen." Ontmoedigd wierp ik door mijn verrekijker opnieuw een blik onze tuin in. En zag ik nog net hoe de kat van de buren zich loom op het dak van ons schuurtje oprichtte, vals in mijn richting knipoogde en langzaam over het tuinpad wegkuierde.
Verbeeldde ik het me, of stak hij zijn staart écht triomfantelijk in de lucht?














