In die column bejubelt Witteman de zegeningen van het digitale boek. De boekenbranche heeft het moeilijk. Selexyz, moederbedrijf van zestien landelijke boekhandels, ziet de omzet achteruit kachelen; het papieren boek verliest steeds meer terrein aan het digitale boek.
Erg?
Helemaal niet, vindt Witteman. We hebben tegenwoordig toch bijna allemaal een tablet (verwachte verkoop dit jaar alleen al in Nederland meer dan één miljoen) of een e-reader? Veel makkelijker dan zo'n onhandig ouderwets dik boek. Zegt Witteman.
Niet zo heel lang geleden zou ik haar het grootste ongelijk van de wereld hebben geven. Maar sinds ook ik in het bezit ben van zo'n handig schootcomputertje, ben ik om. Een aantal boeken heb ik inmiddels gedownload. Eerst twee om te proberen: Uit het Leven van Dik Trom van Cornelis Johannes Kievit én: de Sprookjes van de gebroeders Grimm, uitgegeven door de Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur te Amsterdam. Zowel Grimm als Trom kon ik kosteloos bekomen, dus daar kon ik me geen enkele buil aan vallen. De probeerseltjes bevielen echter zo goed, dat ik onmiddellijk nog twee detectives en de besteller Bonita Avenue van Peter Buwalda via mijn iPad binnenhengelde. En ik moet zeggen: het bevalt mij zeer, dat digitale boek.
Er gaat niets boven een papieren krant en een papieren boek, roeptoeterde ik nog niet eens zo heel lang geleden; krant en boek moet je kunnen voelen, kunnen ruiken. Maar waarom eigenlijk?
Het lezen vanaf een schermpje biedt vele voordelen. ,,Nooit meer koffers vol leesvoer meeslepen op reis. Nooit meer zo'n loodzware homp papier in bed lezen. (...) Nooit meer naar Ikea voor een zoveelste Billy'', juicht Witteman in haar column.
Zij heeft gelijk, vrees ik. Maar de Dik Trommetjes die ik ooit van mijn ouders cadeau kreeg, zullen altijd in míjn Billy blijven staan.














