En nu is daar Ina, ons overbuurmeisje van vroeger. We leerden haar kennen toen ze nog een jong meisje was; een vrolijk, opgewekt grietje dat volop van haar jeugd genoot. We mochten erbij zijn toen ze huwde met haar Piet, die bij ons op de hoek een bescheiden bakkerswinkel bezat. We zagen hoe ze samen met haar Piet het eenvoudige winkeltje uitbouwde tot een drukbeklante moderne supermarkt. We ontvingen kaartjes toen hun kinderen werden geboren; twee jongens en één meisje - tieners inmiddels.
Ina is nu 47. Veel ouder zal zij niet worden.
Deze week stonden onze hoogbejaarde overbuurtjes met tranen in hun ogen bij ons op de stoep. Hun dochter Ina heeft niet lang meer te gaan, zeiden ze. Hooguit een week of drie. Iets in haar hoofd. De artsen hebben haar opgegeven en nu ligt ze in een verpleeghuis te wachten op het onvermijdelijke einde.
We hoorden de boodschap verpletterd aan, mompelden iets van 'wat verschrikkelijk', 'veel sterkte' en 'als we iets voor jullie kunnen doen, dan moeten jullie het maar zeggen'. Onze overburen schudden slechts het hoofd en verlieten, arm in arm, geslagen ons tuinpad.
'Prettige feestdagen', stond er op het kaartje dat bakker Piet had ingesloten bij een roomboter kerstkrans die hij kort voor kerst in een feestelijke doos bij ons thuis had laten bezorgen.
'Prettige feestdagen'.
Hoe wreed kan het leven soms zijn.
Nog drie dagen, dan gaan we het nieuwe jaar in, dan drinken wij champagne, schieten vuurpijlen de lucht in en wensen wij elkaar al wat wenselijk is.
Bij het gezin van bakker Piet en bij onze overbuurtjes valt er helemaal niets te vieren; daar hebben ze slechts één wens: dat hun Ina niet heel lang meer hoeft te lijden.


Sorteer reacties











