Bij het lezen daarvan heb ik een traan weggepinkt, want Saab was mij lief. Ik heb er drie gehad, van die Saabs.
De eerste was een witte Saab 9000, een degelijke, robuuste en comfortabele automobiel, die ik op een kruispunt ergens in Haarlem tegen een boom compleet in de vernieling reed. De tweede, eveneens een 9000, zou ik later inruilen tegen een eleganter model: de Saab 900.
We ontmoetten elkaar in een showroom te Goes. Wat stond dat rode Saabje 900 daar verleidelijk te glimmen, temidden van een aantal andere occassions. Het was liefde op het eerste gezicht. Het Saabje 900 was weliswaar van gevorderde leeftijd (bouwjaar begin '90), maar o zo prachtig gelijnd.
,,Proefrit maken, mevrouw, meneer?'', bood de toegesnelde verkoper gedienstig aan.
Zalig zoefden we over de A58. Hoor dat geluid (plok, plok, plok) van de motor, kijk eens naar dat schitterend vormgegeven dashboard - alsof we in de cockpit van een vliegtuig zaten. Met dat prachtige, vuurrode Saabje 900 draaiden we ergens ter hoogte van Lewedorp een parkeerplaats op, namen plaats op een bankje en overlegden.
We doen het, beslisten we.
Jarenlang hebben we trots in onze rode Saab 900 Classic rondgereden. Tot we besloten hem van de hand te doen; de kilometerteller stond op bijna 300.000 en de onderhoudskosten liepen tot dramatische hoogten op.
Alsof we onze ouwe trouwe hond naar de dierenarts brachten voor het bevrijdende spuitje, zo voelde het toen ik ons Saabje 900 inruilde voor een dertien-in-een-dozijn-automobiel. Nog steeds heb ik daar pijn van.
Als u ergens in Zeeland een belegen rood Saabje 900 met het kenteken FB-VT-40 tegenkomt, zwaai of toeter dan even.
Want dat was míjn Saabje.


Sorteer reacties











