Het personeel deed echt wel zijn best, in het verpleeghuis waar mijn moeder zaliger haar laatste maanden doorbracht. Ze werd er gemasseerd met geurige oliën en toen haar levenseinde naderde, kwam er zelfs iemand aan haar bed om zacht op de lier te spelen. In de antroposofische visie helpt dat de stervende namelijk om het verleden los te laten en met vertrouwen het onbekende tegemoet te gaan.
"Zou ze nog wel iets horen?", vroeg ik aan de verpleegster. "Ik bedoel, vanwege die verbouwing die in de kamer hiernaast gaande is? Ik zou zelf gek worden van dat geklop en geboor."
De verpleegster stelde me gerust. Het boren en kloppen drong niet meer tot mijn moeder door. De lier daarentegen, daar genóót ze van.
Een week of wat nadat mijn moeder opgenomen werd, nam de verpleegster mij apart. "Het wordt steeds lastiger om uw moeder aan te kleden", zei ze. "Vooral die panty's zijn een probleem. Kunt u misschien jarretelkousen meenemen? Met elastiek aan de boord?"
Thuis zag mijn man vol afgrijzen hoe ik mijn mooiste kousen uit de la haalde en in een zakje propte. "Toch niet die van Yves Saint Laurent?", stamelde hij verbijsterd. "Wat moet je moeder daar nou mee, in het verpleeghuis?"
Na haar overlijden kreeg ik ze terug. Met op het ragfijne weefsel van de kous, onder de brede kantrand met Yves Saint Laurent, een robuuste, wasbestendige sticker. Zo hadden al mijn kousen hun eigen, libidoverwoestende brandmerk gekregen.
Vandaag heb ik de laatste van die kousen weggegooid. Er zat een ladder in. Net onder de sticker met daarop: Mw. van der Vleuten M., R. Steiner, 84003240.
Uiteindelijk was zij daar dan toch een nummer. Maar wel één met heel erg mooie kousen aan.


Sorteer reacties











