Vannacht droomde ik over haar. Op weg naar de supermarkt, in kleren die schreeuwen 'vandaag hoef ik er niet heel netjes uit te zien dus wie doet me wat', zie ik vanuit mijn ooghoeken de Bekende Styliste naderen, gevolgd door een hele cameraploeg. "Daar, daar", schreeuwt ze, en wenkt haar gevolg, dat direct op en over mij heen duikt. De camera's draaien, de styliste is begonnen luidkeels mijn kledingkeuze en en passant ook mijn figuur te becommentariëren. En daar zit geen woord Frans bij. Eigenlijk kan ze alleen maar jammeren, zo erg is het. O, O, O, wat een gedateerde outfit!
Ik kan haar er nog net van weerhouden ter plekke mijn broek van het lijf te scheuren, zo vreselijk vindt ze het wat ik vanmorgen uit de kast heb getrokken. En dat haar, die schoenen, die sokken! Ik probeer weg te rennen, maar ze heeft mijn sjaal vast, die zich om mijn nek heendraait en me bijna wurgt.
Stikkend en struikelend, met de hele cameraploeg in mijn kielzog, haal ik mijn voordeur. Er is geen uitweg, ik word gedwongen de deur te openen en de weg te wijzen naar de klerenkast. O, O, O! Alles moet weg! Weg, weg! Hoe héb ik ooit die soeptrui kunnen kopen, durf ik me écht in die jas te vertonen? Grapje, zeker!
Huilend (van geluk, spreekt zij ontroerd in de camera) zie ik hoe mijn complete garderobe in een container wordt gesmeten. Ik ben zo geshockeerd dat ik niet protesteer als ik, gestoken in skinny jeans, een poncho en puntlaarzen, naar een kapper gevoerd word, alwaar ik vijf uur later met een compleet ander hoofd de deur uit loop, rechtstreeks in de armen van de styliste, die triomfantelijk mijn man naar me toe duwt en vraagt hoe hij me vindt. "Eh...anders?", stamelt hij verbijsterd.
Zwetend ontwaak ik.


Sorteer reacties











