Een vriendin van me, die na jaren ellende eindelijk een punt zette achter een ongezonde relatie, belde ik op verzoek wekenlang elke dag op om haar eraan te herinneren dat het een klootzak was. Soms kreeg ik zomaar tussendoor een telefoontje.
Snotterend, overmand door liefdesverdriet: "Waarom heb ik het ook alweer uitgemaakt? Zeg het nog eens?"
Liefdesverdriet. Wat kun je je dáár ellendig van voelen. Vroeger, toen er nog geen internet was, stelde ik bij wijze van medicijn wel bandjes met liefdesliedjes zoals I will survive samen. Tegenwoordig zijn er sites als www.liefdesverdriet.info . Vol leuke wraakverhalen ('ik pakte een priem') en tips ('de 11 anti-lvd-modellen').
Gelukkig is mijn zoon, die al sinds de kleuterklas een geheime liefde heeft, nog te jong voor liefdesverdriet. Dacht ik.
Een autoritje tijdens zijn verjaardagsfeestje leek me een mooie gelegenheid om uit te vissen of de liefde wederkerig was. Als achtjarige hield ik me alleen nog bezig met knikkeren en lezen, maar de dametjes op mijn achterbank waren wat voorlijker. Nadat ik achteloos het woord verliefd had laten vallen, ontstond er in de auto een levendige discussie over de pro's en contra's van mannelijke klasgenootjes.
Eén jochie was duidelijk favoriet. "Weet je waar ik van droom? Dat ik heel mooi als bruid verkleed met hem trouw", verzuchtte een van de meisjes hartstochtelijk.
Helaas kwam mijn zoon niet voor in het rijtje begeerde vrijgezellen.
De dag na het feestje liet ik voorzichtig vallen dat zijn grote liefde een andere Valentijn op het oog had.
Hij hield zich groot: "Oh. Geeft niks."
Dapper lachje. "Ik heb nog een paar anderen."
Zijn ogen glansden vochtig.
Daar was het. Ut eerste ludduvudutje.


Sorteer reacties











