Vorig jaar heb ik twee nachten in een boomhut gelogeerd. De boomhut zweefde hoogstens twee meter boven de grond en lag gerieflijk in de achtertuin van een van alle gemakken voorziene boerderij.
Toch had ik, voor de zekerheid, mijn Worst-Case Scenario Survival Handboek Op
Reis ingepakt. Dat boekje schafte ik in 2001 aan met het vaste voornemen het
regelmatig ter hand te nemen. Wie voorbereid is op het ergste, kan niets
gebeuren.
Die avond, terwijl om de boomhut de nacht inviel, las ik hoe men een op hol
geslagen kameel bedwingt en hoe in het Japans 'Ik bloed hevig' te zeggen.
(Watashi wa obitadashiku chi ga dete imasu).
Wat me een beetje tegenviel: er stond bijna niks over eten in. Toevallig weet
ik precies welke wilde planten en bessen je eten kunt (voor het geval onze
samenleving instort en er geen winkels meer zijn). Een mens heeft echter ook
eiwit en vet nodig. Het boek meldde wel hoe je vallen zet en vist zonder
hengel, maar daarna? Wat Te Doen Met Het Gevangen Dier Opdat Het Verandert
In Een Voedzaam Maal? Sinds deze zomer weet ik dat, dankzij het Handboek
voor de Vinex-Jager (ISBN 9789044614268). Daarin leest de stadsmens hoe men
een dier snel en effectief doodt, vilt, plukt en schoonmaakt.
Mijn favoriete hoofdstuk is uiteraard 'Voor als het oorlog wordt'. Hierin
staat hoe de Vinex-vangst geconserveerd kan worden: door zouten, drogen,
roken en verzuren. (Als de stroomvoorziening uitvalt, hoeven we er namelijk
niet op te rekenen dat koelkast of vriezer het nog doen.)
Hoofdstukken als 'Op Jacht' en 'De Zelfvoorzienende Kroegtijger' gaan
vergezeld van recepten als confit van slooteend, paté van stadsduif,
jachtschotel roadkill, hanenballen, camembert van restjes moedermelk,
berkensapwijn en cola-prosecco.
Zo'n aangereden fazant of andere roadkill kom ik nog wel eens tegen, maar die
moedermelk wordt een probleem. Restjes graag inleveren bij ondergetekende,
dus.














