Meest gehoorde openingszin, deze en vorige week: "En, gaan jullie nog op vakantie?" Het antwoord was: nee. En wel, vanwege de kat. Toen ze zestien jaar werd, had ik haar nog gecomplimenteerd met haar onverminderd jeugdige uiterlijk, maar de laatste maand moest ik toch toegeven dat onze Grijsje veranderd was in een bontzak met wat botjes erin.
Als ik stond te kokkerellen, kwam ze gewoontegetrouw nog wel miauwen of er een
stukje lekker gebraad of gebakken ei vanaf kon, maar eten? Ho maar. Geen
peperdure Actieve Senior Buitenkat-brokjes, geen verse muis, geen spekjes en
geen vis.
"Ik bel de dierenarts", zei ik.
Met moeite lukte het daar wat bloed uit haar magere lichaampje te trekken,
voor onderzoek. 's Avonds al kreeg ik uitsluitsel. Niks aan de hand, met
Grijsje. Zestien jaar, dat was toch een heel behoorlijke leeftijd voor een
poes; we moesten er maar rekening mee houden dat het gewoon wel eens klaar
kon zijn. Dat ze binnenkort een stil plekje zou opzoeken, en zou gaan
hemelen. "Was u van plan op vakantie te gaan?", vroeg de arts
meelevend. "Misschien kunt u dat maar beter uitstellen."
Meest gehoorde reactie, deze en vorige week: "Maar... je kunt haar toch
ook een spuitje geven?...Als ze lijdt?"
We bestudeerden poes aandachtig, op zoek naar tekenen van lijden. Niks. Maar
eten, ho maar. Ze werd steeds knokiger. Tot ze helemaal verdween.
"Heb jij Grijsje gezien?", vroeg ik ongerust aan mijn zoon. Ik pakte
een stok en ging zoeken, in het struikgewas. En daar lag ze: doodstil,
uitgestrekt en broodmager.
We hebben haar begraven. In een mooi tafelkleedje, onder de palm in de
voortuin. Mijn zoon heeft een kruis getimmerd.
Na afloop van de korte plechtigheid was het opeens stil in huis.
We zoeken dus een kleintje. Goed kunnende spinnen, amper verharend, geen
kieskeurige eter, zindelijk en schoon op zichzelf, aanhankelijk en trouw.
Net zoals Grijsje was.


Sorteer reacties











