Tot voor kort was mijn kledingkast een heel ander verhaal. Langs de T-shirts en broeken in de kast van mijn partner kun je een lineaal leggen. Ordelijk en recht ligt het allemaal opgeborgen.
Kan zó het leger in, die jongen.
Nee, dan mijn kleren. Die dreigden elke keer als ik de kastdeuren opentrok als een lawine naar beneden te donderen.
Hij had dus nette stapeltjes, ik op kleur gesorteerde hoopjes.
Dat is tenslotte óók een systeem, protesteerde ik, als ik weer eens werd aangesproken op deze zeer indivuele expressie van een uiterst individuele emotie (lees: wanhoop door eindeloze stroom schoon wasgoed).
Maar dat is verleden tijd. Dankzij YouTube. Urenlang bestudeerde ik de tientallen filmpjes die daar op staan, van vouwfanatici die geduldig uitleggen wat de beste manier is om handdoeken, overhemden etcetera te vouwen.
Ik kan nu mijn sokken in opperste mindfulness zó opvouwen dat ze glimlachen (als je naar de zijkant kijkt, zie je een smiley). De onderbroekjes van mijn zoon zijn tot piepkleine pakketjes geknutseld. Ik heb, puur voor mijn plezier, een techniekje geperfectioneerd waarmee je colberts kreukloos in/uit een koffer krijgt.
Voor spijkerbroeken, panty's, vormloze hoeslakens - overal bestaan fijne vouwtechnieken voor.
En ik beheers ze allemaal.
Het aller-, allerleukste vind ik T-shirts vouwen. Dat kan ik nu in - even klokken - exact 3 seconden. Hup, hup, hup. En daar ligt weer een ordelijk pakketje, dat zó de kast in kan.
Tik op YouTube 'T-shirt vouwen Japans' in. Even mee-oefenen en u beheerst dit wonderbaarlijke trucje ook. (Tip: doet het ook goed op verjaardagsfeestjes.)














