Het eerste wat ik doe, als ik 's morgens mijn keukentje betreed, is kijken of het al wat wordt, in mijn vensterbank.
Toen ik voor het eerst over dit 'honingplantje' las, viel ik ten prooi aan zoete mijmeringen. Verrukt droomde ik ervan zelf zo'n Zuid-Afrikaans heestertje in mijn tuin te hebben, zodat ik alleen naar buiten hoefde te rennen om wat blaadjes te plukken als mijn sweet tooth weer eens opspeelde.
De blaadjes van de Stevia smaken dankzij hun hoge gehalte aan glycosiden maar liefst 30 tot 45 maal zo zoet als suiker. Ze verliezen hun smaak niet bij koken en bakken. Stevia is gezond en - nu komt het beste - bevat in het geheel geen calorieën!
(Staande ovatie, graag.)
Stevia, waarde lezer, is dus de droom van elke zoetekauw met een neiging tot overgewicht en een fobie voor de tandarts.
U kunt zich voorstellen wat er door me heenging, toen ik in de Praxis - tussen de kitspuiten en brandwerende dekens - een hele ramsjbak vol ontdekte met piepkleine potjes Steviazaad. Voor de thuiskweker.
Met kloppende hart rekende ik er vier af bij de kassa.
Dit was het begin van een lijdensweg.
Stevia is namelijk het best te vergelijken met de kwijnende, naar hysterie neigende, bleekneuzige dametjes uit het fin de siècle. Ook mijn ranke plantjes zien eruit alsof ze elk moment kunnen flauwvallen. Na maanden van koesteren heb ik twee onzekere, naalddunne stengeltjes met zo'n tien miniscule blaadjes. Komt er eens een blaadje bij, dan kun je er donder op zeggen dat er elders een verschrompelt.
Soms zou ik mijn Stevia wel kunnen wurgen. Dat dit kwijnende schepsel ooit een heester wordt, geloof ik al lang niet meer.
En dáárom vind ik Cor van Oers, de man die in Zeeland een Stevia-kwekerij begint, een dapper mens. Succes, jongen. En sterkte.














