Eén van mijn schoonzussen is innerlijk zo jiddisch als wat. Op haar dertiende wilde ze opeens met alle geweld naar sjoel, gedreven door een wonderlijk gevoel van heimwee. Een misplaced jew, om zo te zeggen.
Mijn andere schoonzus is vol van nieuwtijdsgedachten en mag zichzelf inmiddels master noemen.
Een derde is hard op weg eco-boeddhist te worden.
En mijn zachtmoedige schoonmoeder? Die zit nog volop in de ontkennende fase en wil maar niet toegeven dat ze een aanhanger van Calvijn is, in het diepst van haar gedachten. Een hardcore calvinist in katholieke vermomming, compleet met zachte G en 'Maria' als doopnaam. Haar sobere instelling maakt het nagenoeg onmogelijk haar eens flink te verwennen. Vraag waar ze trek in heeft en zij antwoordt bescheiden, al blij te zijn met wat overschiet als de anderen hun keus hebben gemaakt. Je moet de advocaatjes met slagroom er bij wijze van spreken in duwen. En dan nog verdenk ik deze lieve vrouw ervan, uitspattingen 's avonds te compenseren met een karig maal van droog brood en water.
Alles met mate, immers.
"Mijn hele familie is verloren", sprak mijn eega laatst mismoedig.
Zelf vindt hij dat God zijn tijd gehad heeft en 'niet meer relevant' is.
Klinkklare onzin, natuurlijk. In de wonderlijke samenstelling van mijn schoonfamilie herken ik duidelijk Zijn Hand. Geen betere setting om goed-christelijke waarden als verdraagzaamheid en zachtmoedigheid te oefenen als zo'n reli-patchgezin.
Dán vredig samen Kerst vieren: dat is waarlijk een Wonder.


Sorteer reacties











