Eigenlijk gaat het hier altijd over eten. Te weinig eten, Indisch eten, Japans eten, duurzaam eten, te veel eten.
Maar meestal over lekker eten. Mijn dochter die onlangs het Zeeuwse voor het Haagse heeft verruild is verbaasd over het gebrek aan kennis aldaar. Niemand bij haar op school weet bijvoorbeeld wat anijs is. Pas wanneer ze 'gestampte muisjes' laat vallen, gaan er lichtjes branden. Geen idee hoe het eruit ziet, of het groeit en hoe het groeit.
Hoe anders is dat in de polders van Zeeuws-Vlaanderen. Ze kennen hier verse eieren, echte slagers, fatsoenlijke kaasboeren. Ze zien de bessen, aardappelen, bieten en het maïs groeien.
Als we het hier niet over eten hebben, hebben we het over kookboeken of kookprogramma's of zijn we aan het eten. De zondagmiddag is een tijdstip bij uitstek om het over eten te hebben. Zo was het ook afgelopen zondag. Onder het genot van een Zeeuws of een Limburgs bier (wij steunen de krimpgebieden) kunnen wij oeverloos doorgaan over eten. Ik vertel over een recept dat ik ooit wil maken, tarbotwangetjes in kervelsaus. Maar nergens kom ik aan tarbotwangetjes. Kookboeken gaan van hand tot hand en iedereen is ervan overtuigd dat dit geweldig moet smaken.
De buurman verhaalt over een varken van 40 kg dat-ie onlangs bereid heeft in een soort omgekeerde barbecue. De restjes heeft-ie verwerkt tot een soort Brugse kop, waarmee hij zijn Amerikaanse publiek met stomheid heeft geslagen. De andere gast vertelt over fazant, gepocheerd, gebakken met een farce in koolbladeren. Zo verhalen wij kwijlend over onze dagen met het geluk van lekker eten. We lachen en we genieten. We besluiten dat we het favoriete restaurant van één van hen moeten proberen: 't Vlasbloemeken. De dag daarop dalen de sterren uit de hemel op het Zeeuws-Vlaamse land neer: Gefeliciteerd, Kromme Watergang, Pure C en Vlasbloemeken met uw Michelinsterren. Toeval? Nee, natuurlijk niet!


Sorteer reacties











