Na wat gesprekken met voetbalinsiders kom ik in een volstrekt nieuwe wereld.
Het begint met de ambitie de beste te willen zijn. Te willen scoren om in het jargon te blijven. Dat volg ik nog, het heeft ons antibiotica en openhartchirurgie gebracht en nog vele andere zaken die de mens vooruit hebben geholpen. Om de beste te zijn, heb je de beste spelers én de beste trainers nodig. Dus die moeten er komen maar dat kost geld. Volg ik ook nog. Maar dan begint het verhaal over een keurige boekhouding voor de gemeente, de Belastingdienst en de buitenwereld en aan de andere kant het schimmige spel tussen een ronselaar van gelden en de plaatselijke ondernemers. Onduidelijke toezeggingen, die gedaan worden en ingetrokken, geld ván de club en geld buiten de club. Hoe optimistischer de ronselaar, hoe groter het risico. Uiteindelijk ontstaan schulden waarvoor men dan weer naar de gemeente kijkt, want wat zijn 'we' immers zonder onze club? Soms is de gemeente streng, zoals bij de club in kwestie en sluit het complex. Als ik dan lees dat ze vervolgens een ander veld gaan huren komt slechts één eenvoudige vraag op: 'Hoe betalen ze dat nou weer?'.
Ik kom tot de slotsom dat voetbal toch echt een mannending is: zo irrationeel, dat kan echt alleen een man verzinnen.














