Soms doe je van die dingen die op het eerste gezicht verstandig lijken. Zo ook vanochtend. Een doktersbezoek. De eerste echte dag van mijn vakantie besluit ik me van mijn ergerlijke oor af te laten helpen.
Al weken herhalen mijn kinderen nl. zuchtend vier van hun vijf opmerkingen.
En dan nog volgt weer de vraag: "Wat zeg je?" Aangezien we nu in
het "laat- maar" stadium zijn aangekomen besluit ik dat het tijd
is om de oren aan een onderzoekje te onderwerpen. Het is immers nog wat
vroeg voor een definitieve radiostilte tussen mij en mijn kinderen.
De dokter kijkt naar het propje in mijn gehoorgang en besluit er de
orenbrandslang op te zetten. Het propje in het bakje is de stille getuige
van een geslaagde ingreep, denk ik heel even. Even, want terwijl ik opsta,
klotst voor mijn gevoel de halve Westerschelde in mijn rechteroor. Ah, water
in mijn oor. Hoopvol denk ik: "Dat zal zo wel over zijn." Dat is
inmiddels 8 uur geleden. Bij iedere stap klinkt het oorverdovende geluid van
de branding in mijn oor. Bij iedere kauwbeweging een paukenslag. Dit zou
rustig onder beproefde marteltechnieken geschaard kunnen worden. Bovendien
heb ik het gevoel eigenlijk nog minder te horen dan voor de ingreep.
Zouden Rutte en Verhagen zich ook zo voelen? Na hun bezoek aan dokter Ruud?
Ongetwijfeld heeft de heer Lubbers het probleem scherp gediagnosticeerd. Een
eenvoudige ingreep werd voorgesteld, zo gebeurd, pijnloos bovendien. Maar nu
zeurt het voortdurend in hun hoofd, een niet aflatend vervelende ruis op de
achtergrond. Het leek zo verstandig op het eerste gezicht. Maar Maxime ligt
al eens wakker 's nachts. Voor het eerst in zijn leven. Het knaagt: kan je
ongestraft een wereldgodsdienst in een hoek zetten? Mark wordt 's nachts
bezocht door de geesten van oude liberalen die hem ingewikkelde vragen over
vrijheid stellen.
Welke fles maakt het aanstaande kabinet open? Welke geest laten ze vrij? Het
leek zo verstandig, zo'n eenvoudige ingreep.














