Ik zit op de zeedijk. Ik ben alleen. Alleen met de Saeftinghe. De zon brandt zonder respect voor mijn Zeeuwse vel. Het vocht in de lucht is adembenemend. Hier ontmoet het zout het zoet, het land het water en mijn huidige ik mijn oude, oeroude ikken.
De grenzen zijn hier niet scherp, ze gaan mee met eb en vloed, mee met de
stroom, met de wind en met de tijd.
Ik ben hier aangeland aan 'het water'. 'Het water' is alles. De zee, de
zeearm, de rivier, eb, vloed: woorden die we nooit gebruikten thuis. Alles
was 'het water'. Maar hier is 'het water' voor mij. Niet de zee aan het
strand, met drommen mensen, maar hier aan het slik en schor in de stilte.
Waar het slik zich dwingend tussen je tenen wringt en onophoudelijk aan je
trekt. Het slik dat geen stilstand kent of verdraagt. Dat slik is mijn
thuis.
Emmahaven, bijvoorbeeld. Emmahaven, weggezet door een Brabantse journalist in
de Volkskrant als 'negorij dat tegen een dijk is aangewaaid'. Je kunt het ze
niet kwalijk nemen, dat ze er zo naar kijken, Brabanders. In Brabant wonen
bijna 2,5 miljoen mensen. De Zeeuwen vullen zelfs een stad als Den Haag
niet. In Brabant is er altijd ons pap en ons mam en Guus en PSV. In Zeeland
kun je alleen gelukkig zijn, als je gelukkig kunt zijn alleen.
Stilte en rust in je eentje moet je kunnen verdragen. In een tijd waarin de
gemiddelde mens dagelijks aan een overdosis aan prikkels wordt blootgesteld,
kan zoveel ruimte en rust beklemmend werken voor sommigen. Je hoort jezelf
denken en voelen. Het contrast met de massa's mensen die op pleinen
opeengeklemd staan kan niet groter zijn dan hier aan de rand van de
Saeftinghe.
Vanavond het Museumplein voor wie zich wil onderdompelen. Vanavond hier, voor
diegene die aan de rand van de Westerschelde de statige tall ships komend
uit Antwerpen voorbij wil zien glijden. Waar het zoet het zout ontmoet.














