Het is een drukke week. Op maandagochtend word ik om vijf uur wakker.
Een opvlieger van de ergste soort. Hoewel ik door mag slapen lukt dat niet. Te warm en daarna weer koud. Opstaan vind ik in dit geval ook erg overdreven. Dus sluip ik even naar de keuken, maak een ontbijtje en kopje koffie en kruip terug tussen de warme dekens. De stapels afspraken deze week en mijn kapotte thermostaat duwen de slaap naar de avond. Ik stel het opstaan nog verder uit tot het moment waarop ik er onverbiddelijk uit moet. Ik maak mijn jongste dochter wakker. Haar ogen willen niet open. We besluiten dat het wel aardig zou zijn om de klok een dagje terug te draaien en een extra zondagje te doen. Of deze twee werk- en schoolweken even over te slaan. Vanaf de overloop kijken we op de prachtig glimmende piek van de kerstboom. Zuchtend zetten we ons aan de ontbijttafel. En hoe sloom we ook zijn, twintig minuten voordat we samen de deur uit moeten, zijn we aangekleed, gewassen, tasjes gepakt en al.
"Jij bent", zegt ze. Ik kijk haar fronsend aan. "Ja, wordfeud", antwoordt ze, de elektronische versie van Scrabble. We spelen twee spellen tegelijk tegen elkaar. Het voordeel bij deze vorm van Scrabble is dat er geen gezeur bestaat over woorden die wel en niet mogen, het ding bepaalt zelf zonder pardon welke woorden wel en niet kunnen. En het bord hoeft niet opgeruimd te worden.
Als twee revolverhelden halen we onze elektronische apparaten te voorschijn en gaan het duel aan. Ze legt het woord 'dux' en neemt meteen een ongelooflijke voorsprong. "Dux?, wat is nou een dux?" Geen idee, antwoordt ze, maar het mag en ik sta nu voor. Mokkend probeer ik de achterstand in te lopen. Als ik op de klok kijk, zie ik tot mijn schrik dat 'ruim de tijd' is veranderd in 'te laat'. We vliegen de auto in en zijn nog net op tijd voor school en werk. Zonder mobiel in mijn geval, wat overigens wel zo rustig was. Maar met een woord rijker. Dux: hertog of aanvoerder.