Twee weken geleden stond er in deze krant dat de kaartverkoop voor de voorstellingen van Petra de Boevere tegenviel.
Ik vond het een vreemd bericht, te meer omdat ik van De Boevere zelf vernam dat het haar helemaal niet tegenviel. Voor wie valt het dan tegen? En hoe komt deze krant dan bij zo'n bericht? De Bressiaanse zelf was en is tevreden over de kaartverkoop en terecht. In Terneuzen had ze zondag jongstleden de kleine zaal vol en dat zijn 170 bezoekers. Da's veel voor een debuut. Ik heb dezelfde hobby als De Boevere en ik weet nog het aantal bezoekers dat er bij mijn eerste optreden was. Dat waren er 32 in café 't Bierwinkeltje in Terneuzen, waarvan er slechts twee geen familie van mij en de band waren: Fons en Monique, de uitbaters. Het is bovendien niet eens zo lang geleden dat bijvoorbeeld Najib Amhali voor nog geen honderd man in Terneuzen stond. De kleine zaal vol krijgen bij een debuut is dus knap. Kennelijk niet voor de PZC, want ook recensent Rolf Bosboom liet zich afgelopen maandag neerbuigend uit over de belangstelling. Ondanks haar activiteiten in de sociale media, schrijft Bosboom, krijgt De Boevere maar ternauwernood de kleine zaal vol. Wat is dit voor onterechte negativiteit? Ook de strekking van de recensie was weinig positief, maar ach, dat is een kwestie van smaak en slechts de mening van één persoon die zelf nooit volle zalen, zelfs geen kleine, heeft getrokken.
Als je andere bezoekers wel hebben genoten, kom je daar als hobby-artiest wel overheen. Al had Bosboom nog wel een rare opmerking. Hij vond de thema's van De Boevere weinig verrassend, namelijk dezelfde als die van Maikel Harte in eerdere shows: zoals bijvoorbeeld krimp en handel in wiet. Gek hè als streekartiest. Gaat Bosboom Freek de Jonge straks verwijten dat hij in zijn eindejaarshow net als Youp van 't Hek ook iets over de Grieken en Mauro had? Het wordt tijd dat de PZC een recensent naar zijn recensent stuurt!