Om een uur of twee zouden ze bij Kee zitten, een café op 's-Heerenhoek, genoemd naar de maar liefst 98-jarige uitbaatster. Of ik dan als verrassing het lied Kapitein Rooibos zou kunnen komen zingen? Een mooi verhaal vond ik het, en aangezien mijn vrouw toch was gaan werken, de kinderen met mijn moeder op pad waren, zei ik ja.
Het werd mijn kortste optreden ooit. ,,Wat gae jie doen mee je hitaer?", vroeg Kee toen ik binnenkwam. ,,Muziek maken", antwoordde ik. ,,Ik moh geen muziek oor", kreeg ik als reactie, ,,maer je ken weh wah drinken." Ik zette me neer, het volk dat er binnenzat was alleraardigst en van de waardin was ik meteen gecharmeerd. Potverdorie, 98 jaar en nog zo kras in het leven staan dat je je eigen café kan bestieren, wat is dat uniek.
Mevrouw Verschoore had zich inmiddels naast haar gezet en de aanleiding van het bezoek uitgelegd. Het ijs bleek gesmolten, want ik mocht toch nog mijn gitaar om mijn nek hangen. Het moest wel zachtjes en zo begon ik ook. Ik was aardig bezig totdat oud-wereldkampioen wielrennen Jan Raas binnenstapte. Nou, Raas fietste niet alleen met veel bravoure, zo zingt hij tegenwoordig ook. Ik was nog niet aan het refrein begonnen of Raas schalde al, met een volume zoals hij vroeger als ploegrijder zijn renners de Alpen opstuwde, Over de Schelde door het café.
Dat kan ik ook dacht ik, en schakelde een tandje bij. Dat had ik niet moeten doen.,,Noe ben ik het beu", zei Kee, ,,stopt er mae mee, we haen kaerten. Hae jie mae een eindje reizen naer waar ei je vandaen kom." En met haar wandelstok wees ze me richting de deur. Voor het eerst van m'n leven was ik een kroeg uitgezet. U zult me wel van masochistische trekjes verdenken, want ik heb er geweldig van genoten.














