Auteur: Door: Maikel Harte |
zaterdag 28 augustus 2010 | 02:45 | Laatst bijgewerkt op:
zaterdag 28 augustus 2010 | 07:38
Vorig jaar rond deze tijd schreef ik een column met als onderwerp de Franse keuken.
Ik schreef dat ik het ophemelen van deze keuken niet begreep en ik zelden lekker at in een Frans Restaurant. Als er al zoiets 'met de Franse slag' bestond, dan gold dat voor de wijze waarop Franse koks kookten. Na thuiskomst bleek dat niet iedereen met me eens te zijn. In mijn omgeving bleken zich enige rechtgeaarde francofielen te bevinden die mij direct betichtten van het hebben van een slechte smaak en mij er van verdachten dat ik voor een dubbeltje op de eerste rij wilde zitten, dat ik dus geen geld uit wilde geven aan goed eten. Dat weersprak ik. Ik vind dat je voor 20 à 25 euro voor een hoofdgerechtje goed moet kunnen eten en dat deed ik niet. Van anderen kreeg ik dan weer bijval. Ik kon beter naar Italië of Spanje gaan of vaker zelf koken. Er was één tip, waar ik echt wat aan had en die ik had onthouden: koop een Gault Millau-gids. Daarin staan betaalbare restaurants waar je lekker kunt eten. Sinds mijn tipgever drie jaar geleden de gids had aangeschaft had hij in Frankrijk altijd lekker gegeten. Met de gids in de hand togen wij woensdagavond naar restaurant les Copains, een kwartiertje rijden van de camping. Tevreden schoven wij aan, het kon dit keer toch niet misgaan. Echter, met de menukaarten in de hand stuitten wij op een nieuw probleem. De menukaart was in het Frans, zonder vertaling en met een ober die geen woord buiten Frankrijk sprak. Mijn vrouw en ik spreken daarentegen alleen coffeeshopfrans. Net als vele andere Terneuzenaren hebben wij jarenlang Fransen de weg naar de coffeeshop moeten wijzen: à gauche, à droite en c'est chez le zeediek. Nu die Fransen niet meer komen verwatert dat snel en bovendien heb je er niets aan in een restaurant. Het enige dat we herkenden was 'croque monsieur'.
Het was niet het etentje wat we verwacht hadden, maar aan de andere kant: het was wel een lekkere tosti.