Auteur: Maikel Harte |
zaterdag 31 juli 2010 | 07:30 | Laatst bijgewerkt op:
maandag 02 augustus 2010 | 12:08
Gisteren had ik een tripje naar de kust. De oudste van mijn broer staat daar met vrienden op een camping en ik had beloofd dat ik bier zou brengen als hij zijn eindexamen zou halen.
Dat deed hij en zijn instructies waren duidelijk: 1 krat Jupiler, 1 krat Hoegaarden en of ik het de eerste dag wilde brengen. Meteen de eerste dag? Waarschijnlijk omdat ze het dan zelf niet mee moesten slepen dacht ik in eerste instantie, maar terwijl ik over die camping naar zijn tent sjokte bedacht ik me dat er wel eens iets anders achter zou kunnen zitten. Als ze net aankomen is het er nog netjes, maar dat zal het morgen waarschijnlijk al niet meer zijn en daar wil hij mij natuurlijk niet mee confronteren. Hoe was het immers bij mij in mijn tienerjaren. Dan denk ik aan dat weekendje weg met de voetbal naar Bungalowpark De Kempervennen, waar we op de eerste middag al een waarschuwing kregen, waardoor we van de trainer de rest van het weekend bovenop een skiheuvel moesten zitten, zodat niemand last van ons had. Aan een weekje Valkenburg, alwaar we binnen 24 uur een rode kaart kregen en dus konden vertrekken. Ik sputterde nog tegen met de opmerking dat we toch eerst geel zouden krijgen, maar dat mocht niet baten. Op Camping De Wildhof in Cadzand heb ik eens een garage van kratten bier naast een tent gezien. Hoe die kerel het voor elkaar kreeg weet ik niet, maar hij reed er zo zijn Opel Kadett in. En de meiden deden niet voor de jongens onder. Passoa, Safari, Bessenjenever, de flessen rammelden in de tenten. Wat een puinhoop was het eigenlijk. Nu is het mijn neef die op vakantie gaat en hoewel hij verstandig lijkt, maak ik me toch enigszins zorgen en vraag ik mij af of mijn belofte wel zo verstandig was. En nu is hij het, maar hoe moet dat als straks mijn dochter met een tentje aan de kust wil staan? Met al die gasten daarom heen en al dat gezuip? Dan heb ik liever dat ze alleen in een bootje de wereld over gaat.