Ik ben nog nooit zo voor Duitsland geweest als afgelopen woensdag, maar helaas, we moeten morgen tegen Spanje. Ja, alweer de derde column over het WK. Mijn excuses aan zij die het niets interesseert, maar wie zijn dat? Als ruim twaalf miljoen mensen naar een halve finale van Oranje kijken, wie zijn dan die vier miljoen die niet kijken?
Kleine kinderen? Hoe klein mijn kinderen ook zijn, ze moeten zondagavond verplicht kijken. Ik hou ze wel wakker met cola, snoep en vuvuzela. Dit is zo uniek, dit moeten ze meemaken.
Het zal die vier miljoen die niet kijken waarschijnlijk veel te ver gaan. Sommigen van hen hebben de gekte rond het Nederlands Elftal al als pseudo-religie bestempeld. Zoals in deze krant Wim Kolijn, de voorman van de SGP, dat deed. Daar zit wat in. Waar ooit het geloof mensen massaal bond, doet dat nu schijnbaar het voetbal. In plaats van naar de kerk op zondag, gaan we of kijken we tegenwoordig naar voetbal. De Heer wordt niet geprezen, maar Arjen Robben. We luisteren niet naar de dominee, maar naar de bondscoach. De preek is een voetbalwedstrijd van twee keer 45 minuten geworden, en alleen in het commentaar hoor je af en toe nog wat religieuze retoriek.
Dat we bijvoorbeeld bekeerd zijn; tot resultaatvoetbal. Dat er een wederopstanding was; Van Nederland na de rust tegen Brazilie en dat er verlossing werd gebracht; door de scheidsrechter met zijn laatste fluitsignaal tegen Uruguay. Populaire voornamen komen niet meer uit de Bijbel, maar uit de selectie van het Nederlands Elftal. Met als koploper de naam Wesley. Die naam werd in juni twee keer zoveel als normaal gekozen. Mocht in Huize Harte zondagnacht de euforie omslaan in amoureuze uitspattingen en er negen maanden later een zoon geboren worden dan vernoem ik hem ook. Maar niet naar Wesley. En ook niet naar Arjen of Dirk. Nee, dan noem ik hem Elvis! Want ik ga mijn zoon toch niet naar voetballer vernoemen. Wat is dat voor waanzin?


Sorteer reacties











