Ik ben namelijk niet bepaald een wintertype. Als het in juli 25 graden is, roep ik altijd dat het zo mag blijven tot kerst. Dit jaar viel de kerst qua weer toch wel wat tegen, moet ik bekennen. Mijn zwager zat in een blouse met korte mouwen aan tafel en we hebben er zelfs nog even aan gedacht om te barbecueën in plaats van te gourmetten.
De eerste maand van het jaar bracht tot nu toe ook al geen winterse taferelen. Zaterdagmiddag kwam ik tijdens het boodschappen doen zelfs iemand tegen op zijn blote voeten in teenslippers, met daarboven een driekwartbroek. In januari, in Nederland. Dat gaat me echt te ver. Het was al zo'n kwakkelzomer en op den duur krijg ik het gevoel dat we het hele jaar door hetzelfde weer hebben. Dat wil ik niet. Ik wil straks een lekkere hete zomer, maar nu eerst nog even een paar weken een echte winter met dichtgevroren kreken en witte dijken. Ik wil m'n muts op en sjaal om, ik wil weer zin hebben in erwtensoep en boerenkool met worst. Ik wil weer kunnen klagen dat het zo koud is. Ik wil met m'n kinderen gaan schaatsen, sleetje rijden en een sneeuwpop maken. Ik wil dat de natuur weer gewoon de natuur is. Ik wil geen door het Schmallenbergvirus misvormde lammetjes zien, omdat door uitblijven van vorst de knut maar blijft rondvliegen. De knut is het kleine steekvliegje dat dit virus verspreidt en dat alleen kan worden uitgeroeid door flinke vorst. Vriezen moet het dus. En hard. Want ik wil geen narcissen die nu al uitschieten, vlinders die nu al uitvliegen en merels die al gaan broeden.
En ik wil, eerlijk is eerlijk, nu ook wel eens voelen wat het nut is van die winterbanden die ik al in oktober voor achthonderd euro onder m'n auto heb leggen!


Sorteer reacties











