Een kersvers aangereden wild konijn ligt in een vuilniszaak in de wasbak. Logische plek, de badkamer. Ze verwacht dat haar man er in zijn eerste vil-experiment een bloederig zootje van gaat maken.
Wat een smaakvol getimede geste: op Dierendag, die dit jaar valt in de Week van de Smaak en de Week van de Vegetariër.
Misschien ongepast maar heel begrijpelijk. Per slot van rekening deelt zij met mij een huis dat veel weg heeft van een arsenaal. Aan de muren zwaarden, naast de schouw een stel handbogen, overal slingeren pijlen en boven ligt nog een roedel zakmessen, dolken en bajonetten. Vaker dan eens heb ik me laten ontvallen dat ik ooit met de handboog zou willen jagen. Niet gek dat zij dus denkt dat ik eerst wil oefenen door een lief konijntje van zijn zachte jasje te ontdoen.
Een echte vent moet kunnen jagen en zijn gezin van vers vlees kunnen voorzien. Dat vind ik.
Liever zelfgeschoten vlees dan laf, anoniem, smakeloos vlees uit de kiloknallersupermarkt.
Ik zoek een vlijmscherp zakmes en loop met de vuilniszak de tuin in. Dit is toch wel het mínste wat ik moet durven, vind ik zelf.
In de zak een roerloos stukje bont. Alleen een beetje bloed bij zijn bek.
Ik slik.
Misschien hoef ik helemaal niet per se een stukje bont te hebben. Vilt is ook prima.


Sorteer reacties











