Nederland maakte zich nooit echt zorgen om qatgebruikers. Een beetje een onnozele gewoonte van wat slome lui die het van huis uit lekker vinden om alle leven uit een soort theeblaadje te kauwen. 'Niks mis mee, leven en laten leven, als die mensen dat toch lekker vinden'. Is zo'n beetje altijd de teneur geweest. Qat maakte niet eens aanspraak op een plekje in de lijst van softdrugs.
Maar qat is wel degelijk een verslavende drug en volgens Leers worden met name Somalische mannen er lethargisch van en voeren ze als gevolg de hele dag niks meer uit. Met alle rampzalige gevolgen van dien.
Minister Leers vindt dat heel erg.
Zegt ie...
Ik geloof er geen ene sikkepit van. Volgens mij wil Gerd af van het kille imago dat hij kreeg na zijn harde opstelling in de zaak rond de Angolese vluchteling Mauro.
Hij mist de tijd dat hij nog de warme burgervader van Maastricht was. Nu de Socialistische Partij hard aan de weg timmert ten koste van de PVV, is het niet meer van deze tijd om je op te stellen als een ijzervreter.
En alleen daarom spreekt Gerdnu zijn zorg uit over het kauwen op een dufmakend blaadje.
Ik zeg nee.
Het zou rampzalig zijn wanneer qat verboden werd. Samen met tienduizenden andere Nederlanders mag ik graag Wordfeud (spreek uit: wurdfjoed, niet wurdfeut) spelen of gewoon scrabbelen. En net als de Somaliërs houden scrabbelaars van qat.
Zonder qat zijn we radeloos.
Zonder qat heeft het leven geen zin. Wat moeten we dan nog met de Q?


Sorteer reacties











