Een populist, dat wel, maar niet zo kinderachtig als Geert Wilders. Pak je hem aan in een column, dan krijg je een ironische maar toch ook hartelijke mail terug in plaats van een janktweet dat hij wordt gedemoniseerd. En laten we wel wezen, als wij altijd die ellenlange Statenvergaderingen moesten uitzitten, zouden we liefst toch ook eens een obsceen gebaar maken naar een gedeputeerde? Robesin doet dat gewoon.
Nu is hij in het nieuws omdat hij uit de school heeft geklapt over zijn bezoek aan het Haagse torentje waar PVVD-leider Mark Rutte hem heeft overgehaald bij de verkiezingen voor de senaat op de regeringscoalitie te stemmen. Wilders, die altijd beweert tegen achterkamertjespolitiek te zijn, was er ook bij. 'Zeg maar Mark' en 'Zeg maar Geert' wilden het geheim houden, maar Robesin stapte naar de krant. Ook omdat hij glom van trots, natuurlijk. 'Zeg maar Geert' sprak zijn achternaam zelfs op z'n Frans uit. Klonk wel chic, dacht Johan, die het dus niet corrigeerde. Waardoor gisteren de hele Tweede Kamer het had over 'Rôbesain' (rijmt op paturain). Want dat heeft hij maar mooi bereikt: drieënhalf uur spoeddebat over zijn stem voor de Eerste Kamer. Dan heb je het verder geschopt dan streekgenoot Honoré Colsen, de legendarische voorvechter van de vrije veren, die in 1958 de mars naar het Binnenhof organiseerde. Robesin verdient een standbeeld. Waar kan dat beter komen te staan dan in de Hedwigepolder, die hij denkt te hebben gered? Ik zou wel zorgen voor een stevig fundament, want hij komt absoluut met zijn voeten in het water te staan.


Sorteer reacties











