Want ik kan het niet helpen. Niks van wat ik over de Boekenweek verneem, kan ik los zien van de biografie die ik wil schrijven. 'Biografen lijden aan volledigheidsdwang en dus zijn biografieën te dik', lees ik bijvoorbeeld in NRC Handelsblad. Er wordt gepleit voor een Centraal Bureau voor de Biografie dat iedere biograaf in spe een vergunning en een paginaquotum moet toewijzen. 'Hoe dik zou een Bløfbiografie mogen zijn?', denk ik dan. Dikker dan de Donald Duck, zeg ik maar vast tegen de Bløfhaters. Het wordt sowieso geen stripverhaal, voeg ik daar aan toe, al lees ik in de boekenbijlage van de Volkskrant dat getekende biografieën van popbands in zijn. Een Bløfbijbel wordt het ook niet. In Vrij Nederland las ik met instemming hoe de biografie van Willem Elsschot werd beschreven: 'niet krankzinnig dik, up-tempo geschreven, zakelijk, de feiten spreken voor zich en de biograaf heeft zich beperkt tot anekdotes die ertoe doen.'
Als mij dat eens zou lukken...
Ziet u nu hoe ik er aan toe ben? En dan heb ik het nog niet eens gehad over het risico dat elke biograaf loopt: dat je ruzie krijgt met je eigen onderwerp. Zucht.
Laat ik ter inspiratie vandaag maar eens een boek gaan kopen. Ik kan nog niet kiezen uit de aanbiedingen. Die Elsschotbiografie? Het nieuwe boek van Bart Chabot over Herman Brood? Of deze, van Dik van der Meulen en Monica Soeting: Hoe schrijf ik een biografie?














