Mijn idool was de Oostenrijkse autocoureur Niki Lauda. Toen hij in augustus 1976 bijna levend verbrandde na een crash, was het prompt gedaan met mijn liefde voor het autoracen. Tegenwoordig kan ik geen belachelijkere sport bedenken dan de Formule 1.
Ik heb sowieso weinig met auto's. Het is een nuttig vervoermiddel en ik rijd er graag in, maar daarmee houdt het op.
Ik kijk dus met verbazing naar de manier waarop zeker de helft van de Nederlanders de heilige koe verafgoodt. Neem ze tegen zichzelf in bescherming, zou ik zeggen, maar het kabinet denkt daar heel anders over. Eerst wordt het bonnenquotum afgeschaft. Ik heb ook een hekel aan bekeuringen, maar waarom zou ik dat een parkeerwachter of een agent verwijten, zelfs al zou die laatste zich met een flitsapparaat achter de bosjes hebben verscholen? Quotum of niet, bonnen worden alleen uitgeschreven voor overtredingen. Houd je je aan de regels, dan krijg je geen bon.
Juist de partijen die de mond vol hebben van law and order rekken nu de regels op. 130 op de A58. Een minuutje tijdwinst ten koste van een hoger benzineverbruik, meer milieuvervuiling en meer verkeersslachtoffers. Straks komt mijn puberdroom nog uit. Word ik een Niki Lauda. Maar dan wel die met afgeschroeide oren en wenkbrauwen.
In cartoons wordt Wilders nu afgebeeld als een nazi die veelplegers een doucheruimte in leidt. Nogal vergezocht, vind ik. Maar een tekening van minister Schultz van Haegen als de Iraanse president Ahmadinejad die het doodvonnis tekent van vijftien Nederlanders, dat lijkt me de spijker op zijn kop.














