Dergelijke uitspraken verraadden niet alleen vrolijk gevoel voor zelfrelativering, vrees ik. Good old Ronald sloeg de spijker op zijn kop. Hij zat echt te tukken tijdens crisisberaad, had inderdaad niet zoveel olie in zijn lampje en draaide zijn hand niet om voor een blundertje meer of minder. Hij staat te boek als de president die de Koude Oorlog beëindigde, maar volgens mij mogen we God op onze blote knieën danken dat hij ons niet in een kernoorlog stortte.
Gek genoeg is de tweederangs Hollywoodacteur een lichtend voorbeeld voor hedendaagse politici, van rechts tot links. Dat een leeghoofd als Sarah Palin hem voor een genie verslijt, verbaast me niks, maar ook president Obama schijnt met hem weg te lopen. En de VVD in Den Haag wil zelfs een plein naar hem vernoemen.
Op de vraag of een acteur wel president kon zijn, antwoordde Reagan ooit: "Hoe kan een president géén acteur zijn?" Daarin schuilt waarschijnlijk zijn populariteit. Tegenwoordig vinden we het belangrijker dat iemand een goed politicus lijkt dan dat hij het is. Ook in Nederland. Ook in Zeeland. In een prachtig, ironisch verhaal bekritiseerde Rolf Bosboom zaterdag in de PZC de acteerprestaties van de Zeeuwse politici. Hij pleitte voor Provinciale Staten, de musical. Dat is juist mijn grootste angst. Dat Ben Cramer straks commissaris van de koningin is en niemand merkt het verschil.














