Ik ben een beetje in de war. De aandacht voor de Kamerverkiezingen is naadloos overgegaan in die voor het WK Voetbal. Ik heb daardoor moeite beide evenementen uit elkaar te houden.
Al wekenlang zie ik op tv mannen met elkaar discussiëren over de winstkansen
van partij zus of partij zo. De lof voor de kersverse SP-leider Emile Roemer
doet me denken aan de manier waarop de verfrissende invalbeurt van Eljero
Elia bij Oranje is bejubeld. Als kenners de onzekere verdediging van het
Nederlands elftal hekelen, denk ik dat ze het hebben over de hakkelende Job
Cohen. Ik zie geen verschil tussen Ferry Mingelen en Bert Maalderink. En
Maurice de Hond, die houdt toch gewoon een voetbalpool bij?
Wat is een kabinetsformatie anders dan het opstellen van elf voetballers van
verschillende clubs? Als je ziet hoe diplomatiek Bert van Marwijk vragen van
journalisten beantwoordt, dan lijkt dat sprekend op de bewoordingen waarin
de fractievoorzitters dezer dagen de zwartepiet doorschuiven voor het
mogelijk buitenspel zetten van de publiekslieveling.
"Voetbal is oorlog", zei Rinus Michels ooit. Ik zeg: "Politiek
is voetbal." Het wordt er een stuk leuker op als we niet voor die
waarheid weglopen. Om te beginnen stel ik voor dat René van der Gijp, Hugo
Borst en Johan Derksen voortaan de politieke debatten becommentariëren. Of
Cruijff. Ik hoor het hem al zeggen: "Als je niet interrumpeert, ken je
ook niet scoren."
Het zou helpen als Kamerleden in voetbalshirts gehuld gaan. De SP in het rood,
het CDA in het groen, D66 in het paars. En Kamervoorzitter Verbeet in een
scheidsrechterspak met een fluitje. De spelverruwing heeft in de Kamer
allang zijn intrede gedaan, dus voor types als Wilders moet ze gele of rode
kaarten kunnen trekken. En de publieke tribune hoeft niet meer stil te zijn,
maar krijgt juist vuvuzela's en Bavariajurkjes uitgereikt.
Dan komt er nog eens een dag dat heel Nederland aan de buis gekluisterd zit
voor de Algemene Beschouwingen.














