Het stond bij ons thuis in de boekenkast, pal naast de bijbel.
Een groen blikje met een gleuf bovenin, het deksel afgesloten met een
hangslot dat bungelde boven de strenge beeltenis van Abraham Kuyper,
oprichter van de Vrije Universiteit. In de kelder- of koelkast stond altijd
een fles jenever. En in de handtas van mijn moeder ontbrak nooit een rol
King, met pepermuntjes voor onder de preek.
Ik ben van
gereformeerde huize, wil ik maar zeggen, het calvinistische gedachtegoed is
mij met de paplepel ingegoten.
Ik zat op een school met den bijbel,
's zondags ging ik twee keer naar de kerk en van meet af aan was duidelijk
dat ik alleen maar aan de VU kon gaan studeren. Dat busje stond niet voor
niks op de boekenplank.
Eens een calvinist, altijd een calvinist.
Dat bleek toen ik gisteren mijn c-factor probeerde te bepalen op de site van
Trouw - de krant die wij thuis lazen - en in de speciale glossy Calvijn!
Volgens dat door de Middelburgse kunstenares Sela© gemaakte blad, dat de
kiosken uitvliegt, ben ik een 'kritische calvinist'. Mijn c-factor moest ik
zelf op 75 procent gokken, want de test van Trouw bleef maar haperen. Dat
ontlokte me een reeks vloeken, wat me als driekwart-calvinist natuurlijk
prompt een schuldgevoel bezorgde. In dat opzicht werkte de test feilloos.
Alle media herdenken deze week dat Calvijn vijfhonderd jaar geleden werd
geboren. En wat blijkt? De kerkvader is helemaal niet zo sober, saai en
zwaar op de hand. Acteurs noemen hem een lefgozer. Op internet wordt hij
afgebeeld als Superman. Hij is de Obama van de zestiende eeuw, betogen
kerkhistorici. Leefde hij nu, dan zou hij pakken dragen van, jawel, Calvin
Klein. Net als Linda heeft hij een glossy en er zijn zelfs Calvijn-gadgets.
Heb ik al die jaren geprobeerd van het stempel calvinist af te komen, blijkt
dat nu juist reuze hip te zijn.













