De Middelburgse rechtbank doet vandaag uitspraak in de strafzaak tegen de Terneuzense coffeeshop Checkpoint. Hieronder de belangrijkste standpunten van het Openbaar Ministerie en de raadslieden van de zeventien verdachten.
Het Openbaar Ministerie: "Het lukte de gemeente Terneuzen niet
Checkpoint bestuurlijk aan te pakken. Ook leek het bestuur niets te kunnen
of te willen ondernemen tegen het groeiend aantal drugstoeristen. Om die
reden is het strafrechtelijk onderzoek gestart. Checkpoint is in feite
alleen maar bezig geweest het aanbod te creëren, waardoor de vraag vanzelf
kwam.
Het uitgangspunt van het gedoogbeleid is dat een lokale coffeeshop voorziet in
de lokale behoefte aan softdrugs en dat een coffeeshop klein blijft. Het
gaat er niet om met kunst en vliegwerk binnen de norm van 500 gram
handelsvoorraad zoveel mogelijk klanten te bedienen. Maar juist om de handel
beperkt te houden in het licht van die norm.
Tijdens de eerste inval, 1 juni 2007, werd in Checkpoint 4,412 kilogram
softdrugs gevonden. 712 gram in het verkoopgedeelte en 3,7 kilogram in het
aangrenzende kantoortje. Volgens de gedoogverklaring hoort dat kantoortje
bij de coffeeshop. In een stash in de Grenulaan trof de politie 92 kilogram
aan.
Tijdens de tweede inval, 20 mei 2008, vond de politie in Checkpoint 4,1
kilogram softdrugs: 6 ons op de verkoopvloer en 3,5 kilogram in het
kantoortje dat, na een verbouwing, niet meer direct vanuit het
verkoopgedeelte bereikbaar was.
Er werd die dag ook op flink wat andere adressen, vooral bij medewerkers
thuis, in totaal ruim 128 kilogram softdrugs gevonden.
Checkpoint vormde met zijn medewerkers een criminele organisatie met als doel
zoveel mogelijk softdrugs te verkopen. Het bedrijf had een eigen
inkooporganisatie die de hele provincie en verder afreed om voldoende
softdrugs in te kopen en zo te voldoen aan de enorme vraag van vooral de
klanten die niet behoorden tot de lokale bevolking. Ook waren er
verschillende opslagplaatsen in gebruik in woningen van personeelsleden. Zij
kregen een vergoeding voor de opslag. Zo waren de medewerkers zelf dag in
dag uit betrokken bij het plegen van misdrijven uit de Opiumwet of pleegden
zij zelf die misdrijven op locatie. Checkpoint had de schijn opgehouden dat
het een keurige shop was, maar in wezen was het voortdurend bezig met
grootschalige illegale drugshandel. Ook verkocht Checkpoint aan mensen die
die softdrugs exporteren."
De verdediging: "Gemeente, justitie en politie stonden toe dat
Checkpoint kon groeien en groeien. Die driehoek stond ook toe dat de
coffeeshop overwegend door buitenlandse toeristen werd bezocht. Hij liet
zelfs toe dat de gemeente via verwijsborden die toeristen doorverwees naar
Checkpoint. Dit alles komt in de buurt van daderschap in de vorm van een
nauwe en bewuste samenwerking. Ook zijn de rol van de gemeente en het OM ten
aanzien van Checkpoint niet onderzocht. Het parket zat in de driehoek
waardoor de officier van justitie, die het onderzoek leidt, kritisch moet
oordelen over zijn eigen collega die ook nog eens, hiërarchisch gezien, zijn
baas is.
Het OM heeft Checkpoint nimmer laten weten dat haar groei in strijd was met
het gedoogbeleid. Noch dat er afspraken gemaakt moesten worden over
bezoekersaantallen en maximale verkoop, waardoor het OM niet ontvankelijk
moet worden verklaard.
Het aanhouden van een stash buiten de coffeeshop is geen schending van de
gedoogregels maar een overtreding van de Opiumwet. Die overtreding mag
coffeeshop Checkpoint niet worden aangerekend.
Nergens staat dat een coffeeshop bedoeld is voor de lokale markt. Amsterdam
telt alleen al 229 coffeeshops die vooral leven van de buitenlandse
toeristen.
De minister van Justitie maakte in zijn brief aan de Tweede Kamer (20 juni
1997) duidelijk dat hij niets zag in een landelijke regelgeving om de
verkoop van cannabis aan niet-ingezeten aan banden te leggen.
In de Paarse drugsnota van de regering wordt geen paal en perk gesteld aan de
maximaal per dag te verhandelen hoeveelheden cannabis. De voorraadnorm is
dus niet aan een dagmaximum gebonden.
Checkpoint heeft de voorraadnorm van maximaal vijfhonderd gram niet
geschonden. Tijdens gemeentelijke controles werd de wiet in de etalage en
afvalwiet niet meegewogen. Tijdens de inval wel en dat is dus onterecht. Ook
zijn er bij de inval fouten gemaakt bij het wegen van de softdrugs. Er zijn
36 eenheden in beslag genomen en 39 gewogen. De weging deugt dus niet; de
wegers hebben meer gewogen dan dat in beslag was genomen.
Er is geen sprake van een criminele organisatie omdat er geen druk werd
uitgeoefend. Alles gebeurde op basis van volledige vrijheid."



Sorteer reacties












