"Wat een onzin", merkte ik op tegen mijn zoons, die er de logica wel van inzagen. "God kan al onze gedachten lezen. Denk je dan dat hij een telefoon nodig heeft om met zijn engelen te praten?"
Voor een theologisch dispuut hadden we geen tijd, want ze moesten naar school, maar de kwestie liet me niet los. Als God een mobieltje heeft, zal hij ook wel twitteren, bedacht ik. En ja hoor, ik vond hem meteen: @god, woonachtig in heaven. Beste volgers, luidde één van zijn tweets, het spijt me ontzettend dat ik Justin Bieber heb geschapen. Wat begon als een grapje tussen mij en Moses is uit de hand gelopen. @satan, help.
Tja, op zulke grappenmakerij kun je natuurlijk wachten. Zelfs als ze goed bedoeld zijn - ik vond iemand die de hele bijbel de wereld in twittert - werken al die moderniseringen van het religieuze erfgoed op de lachspieren. Wat tijdloos - of moet ik zeggen: eeuwig? - is, oogt opeens hopeloos ouderwets. Letterlijk: gedateerd.
In de passietijd laait dezelfde discussie altijd op rondom de monumentale composities van Bach. Mag je ze eigentijdser maken of niet? Als er geen opschudding ontstaat over een vertaling van de Matthäus Passion ('de eerste klodder spuug was meteen al raak') dan is het wel, zo lees ik in de Volkskrant, over een theaterversie van 'de Johannes'.
Hoewel ik een klassiekemuziekleek ben, behoor ik tot de puristen. Zaterdag ga ik lekker naar mijn vrouw luisteren die met de Vlissingse Oratorium Vereniging de originele Matthäus zingt in de Sint Jacobskerk. Stel je toch eens voor dat ze daar een twitterversie van hadden gemaakt. Ik zou meteen terugtweeten: @dirigent Erbarme dich!














